Studentenalmanak 1942 - pagina 171
Republiek der Vereenigde Nederlanden als exempel voor
te houden. Aangezien dit echter slechts op zelfverheer-
lijking zou uitloopen, laten wij na hier op in te gaan.
Trouwens, wij vreezen, wegens gebrek aan tijd en
gelegenheid voor studie, zoowel de Oudste Tijden als de
Middeleeuwen verder te moeten laten schieten. Te oor-
deelen naar de latere stroomen van critiek, moeten „ze"
in die tijden ook hun mond niet hebben kunnen houden,
maar de ontboezemingen uit dien tijd zijn gelukkig vrij
ontoegankelijk, voorzoover al bewaard. Eerlijk gezegd
hebben we het gebrek aan geschreven bronnen toegejuicht.
Maar sedert omstreeks 1500 zijn er volop gegevens te
vinden. Laten wij beginnen met een korte beschrijving
van ons onderwerp: de antiquo veroque eius insulae quam
Rhenus in Hollandia facit situ, descriptione et laudibus.
Cornelius Aurelius, D. Erasmi Roterodami olim praecep-
tori), geeft zijn boek „Batavia"2) de voorgaande zinsnede
als ondertitel en wij meenen hiermede medias in res te
zijn aangeland. Al is hij dus geen buitenlander, wij ver-
melden allereerst zijn hartekreet: Mirum est, quicquid
beata hac insula parit tam pulchrum est, ut matre Venere
editum putetur. Dii boni, quales homines, quales foeminas,
quos equos, quae cerera armenta, quae pecora parit !3).
Met des te meer vrijmoedigheid durven wij met een
inlandsch citaat te beginnen, daar wij er een contempo-
raine uitspraak tegenover wilden stellen. Guicciardini's
boek, voor Nederlandsch gebruik uit het Italiaansch in
het Latijn (!) vertaald, bevat deze schoone regelen: Agri
et prata in majori regionum istarum parte prospectu
valde amoena sunt, propter densas et in quincuncem
digestas arbores, et earum undique renidentes fructus. En
hij vervolgt: Domestici atque cibarii pecoris omnia, buba-
lis tantum exceptis, genera regiones abunde suppeditant,
boves in Frisia nominatim et in Hollandia vasto sunt cor-
pore. Et inveniuntur, qui communem modum in tantum
excedunt, ut plus mille sexcentas terrae ipsius libras,
quarum singulae constant sedecim uncus, id est, bis mille,
et quod excedit nostrates, singuli saepe pendant*). En
165
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1942
Studentenalmanak | 266 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1942
Studentenalmanak | 266 Pagina's