Studentenalmanak 1942 - pagina 150
alles voor waar te houden, wat de ouders zeggen".
Maar het ontvangt al die voorstellingen in kinderlijken
vorm, omdat de ouders ze zoo reeds aankleeden, of het
geeft er zelf toch eene kinderlijke gestalte aan, omdat het
ze meer met de phantasie dan met het verstand behandelt
en ze ook niet anders dan in zulk een concreten vorm zich
toeëigenen kan; de godsdienstige voorstellingen van het
kind zijn door en door anthropomorph. En de verhouding,
waarin het kind zich tot God stelt, draagt daarom in den
regel dan ook een vertrouwelijk karakter; ze is meer eene
verhouding van vertrouwen en liefde, dan van angst en
vrees. Straks leert het ook zelf in enkele woorden een
zegen voor de spijze vragen, stamelt het zijn morgen- en
avondgebed. Het sluit de oogen^ het vouwt de handen,
het leert eerbied voor het heilige, het maakt onderscheid
tusschen wat tot het terrein van den godsdienst en wat
tot het g-ewone, alledaagsche leven behoort. Het groeit
ongemerkt in het een zoowel als in het ander in; de reli-
gieuze aanleg', dien het meebracht, krijgt inhoud en vorm.
„Dit religieuze leven", zoo gaat Bavinck verder, „onder-
gaat echter in de puberteitsjaren eene groote verandering.
De critische periode, welke deze jaren vormen in heel het
leven van den mensch, treedt niet het minst in zijn gods-
dienstig denken en gevoelen aan het licht. In het algemeen
kan men zeggen, dat de verandering daarin bestaat, dat
het naieve geloof van het kind zich ontwikkelt tot de
persoonlijke overtuiging van den volwassene. De jongens
en meisjes in dezen leeftijd zijn er niet meer mede
tevreden, dat zij aanemen, wat hunne ouders gelooven en
nabootsen of navolgen, wat hunne ouders doen. Want hun
ik wordt zich bewust, hunne persoonlijkheid ontwaakt;
zij willen op eigen beenen staan en door eigen oogen zien;
zij trachten zich rekenschap te geven van de voorstellin-
gen, die hun door ouders en onderwijzers zijn bijgebracht.
De traditie uit het verleden wordt dus als het ware door
het heden ter verantwoording geroepen; de vrijheid laat
zich gelden tegenover het gezag; de zelfstandigheid maakt
tegenover de afhankelijkheid op haar rechten aanspraak".
144
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1942
Studentenalmanak | 266 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1942
Studentenalmanak | 266 Pagina's