Studentenalmanak 1946 - pagina 210
zelfbezinnmg, ging men zich ook rekenschap geven van de
nieuwe politieke verhoudingen, die zich hadden gevormd. Rijk
en Kerk waren gevestigde grootheden geworden; er hadden
zich min of meer zelfstandige politieke eenheden van on-
derling verschillenden omvang gevormd. Hoe was dat al-
les te begrijpen? Om daarin te slagen nam men de over-
geleverde begrippen uit het Romeinsche Rijk over en beschouw-
de de geheele Christenheid als één samenhangend rijk, waar-
van de andere politieke eenheden onderdeelen vormden. Even-
wel moest men thans een anderen grondslag voor dat Rijk
vinden, want het Romeinsche Rijk was een zuivere machts-
staat geweest met den keizercultus als religieuse bekroning.
Virgilius ha'd liet wachtwoord daarvoor gegeven, toen hij den
Romein zijn roeping voorhield: imperare memento, parcere
subiectis et debellare superbos. Keizer Augustus nam die op-
dracht op zich en schiep zoo de „pax Romana", waarin alle
heerschappij in het Rijk tot een vaste eenheid werd gemaakt.
Het „parcere subiectis" vergat hij gemakkelijk genoeg als het
zoo uitkwam; de gruwelijke uitmoording van Perugia in zijn
jeugd onder de leuze ,,moriendum est" en de wreede uitroeiing
later van de Gallische stammen, die de Alpenpassen beheersch-
ten, bleven pijnlijke vlekken op zijn conduite-staat, al moet er-
kend, dat de provinciën onder het principaat er heel wat beter
aan toe waren dan tijdens de Republiek, Het „debellare super-
bos" was gauwer gezegd dan gedaan; de Germanen achter den
„limes" en de Parthen in het Oosten hielden hun „superbia" met
vrucht voL Maar er werd toch een wereldstaat geschapen en
die gedachte namen de Middeleeuwen over in den vorm van
het ,,imperium christianum", waarin heel de christenheid als
één rijk werd beschouwd. Het rijk had den wereldlijken weer-
slag te vormen van Gods eigen Koninkrijk en immers — ,,Deus
amat unitatem". W a t daarbuiten lag als heidenen en Mo-
hamedanen behoorde in beginsel of krachtdadig bekeerd óf
uitgeroeid te worden. Alleen maar — in de practijk bleek er
van dat alles niet veel terecht te komen, noch naar binnen
noch naar buiten. W e l vormden de kruistochten en de bekee-
ring der heidenen in Oost-Duitschland naar buiten, op het
hoogtepunt van het Staufische Keizerschap onder Hendrik V I
192
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1946
Studentenalmanak | 278 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1946
Studentenalmanak | 278 Pagina's