Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1949 - pagina 219

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1949 - pagina 219

2 minuten leestijd

de Universiteit. De pijp tabak, het haardvuur, het genoegelijk

gesprek, het bier en de wijn, zij zijn als regen op een dorstig

land. Zij houden ons levend. W e zouden anders mummifi-

ceren.

Al hetgeen de vriendschap bevordert, het studentencorps,

de disputen, de sociëteit, heeft bestaansrecht. Daarin steekt

ook niets „ongeestelijks". De begroeting ,.vriend" is in het

Koninkrijk der hemelen een erenaam. Vooral studenten-

vriendschap dient hoog te worden aangeslagen. Men moet

maar eens het trieste en verkommerde gemoedsleven van

de vereenzaamden hebben ontmoet, om dat te beseffen.

Nochtans is de critiek op onze gezelligheid veelal gegrond.

Zij is noodzakelijk tegenwicht. Inderdaad. Maar zij is dan

ook meestal weinig meer dan reactie, uitbundige revanche

van onze gedwarsboomde natuur. Met een flink accent op

„natuur". En daar ligt meteen het punt, waarop geloof en

gezelligheid uiteengaan. Het is goeddeels onze oude Adam

en niet de nieuwe mens, die onze gezelligheid bestuurt. Met

het gevolg, dat ook onze feesten en fuiven vrij antithetisch

komen te staan tegenover hetgeen uit genade in ons leeft.

De Universiteit — ook de Christelijke Universiteit — schijnt

zo naar haar aard weinig bevorderlijk voor het Christelijk

geloof. Al de hier aangeduide factoren werken in dezelfde

richting: distantie van de Levensbron. Zou mede daarin ook

de oorzaak gelegen zijn van het feit, dat het komen aan onze

Universiteit niet allen bevredigt en dat men slechts spora-

disch iets bespeurt van enthousiasme, van een werkelijk

Christelijke geestdrift?

De Stichter van de V.U. kende de gevaren zeer wel; men

leze er zijn ,,Scholastica" maar eens op na. Z e hebben hem

niet afgeschrikt of ontmoedigd.

Beoefening van wetenschap betekende voor Kuyper geen

verzameling van vakgelecrdheid of examenstudie. Zij was

hem een verwijlen vol verwondering in de tovertuin van

Gods wonderbare Schepping. ,,Niet maar te leven, maar te

weten, dat en hoe ge leeft, en hoe het leeft om U heen, en

hoe dit al samenhangt en leeft uit die éne werkende oorzaak,

die van Gods mogendheid en Gods heilige wijsheid uitgaat".

199

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1949

Studentenalmanak | 254 Pagina's

Studentenalmanak 1949 - pagina 219

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1949

Studentenalmanak | 254 Pagina's