Studentenalmanak 1950 - pagina 242
spel is uit: deze dood was schoon, zulk een einde lokt!
(Marsman). Tot zover is Jezus interessant, tot zover kan men
Hem in de tragedie gebruiken: gekruisigd, gestorven en be-
graven. Maar dan komt het grote verschil, dat, wat alles
totaal omkeert. Hóór, want de Kerk zingt dóór: T e n derde
dage wederom opgestaan van de doden, opgevaren ten
hemel, zittende ter rechterhand Gods, vanwaar Hij komen
zal... W a n t Jezus Christus is méér. Juist omdat Hij het is,
die zijn leven gaf, breekt de tragedie ineen. Toen de Held
gevallen was en de toeschouwers naar huis waren gegaan,
zoals de gewoonte was na het vijfde bedrijf, toen ging het
gordijn weer omhoog, en toen... ja, toen begon het eigenlijk
pas! Toen bleek het grote verschil tussen: afgelopen" en
„volbracht". De werkelijkheid blijkt anders dan tragisch.
Hier gaf immers zijn leven. Hij, die sterker was dan de
Dood zelf! Door dit sterven werd immers de grote vijand,
de mensenmoorder van den beginne, de kop vermorzeld! De
tragedie, die ons het hoogste leek, het waarachtigst en diepst
de zin van het leven gevend, blijkt er naast te zijn, ze is een
leugen, juist om het méér dan tragische dat geschied is op
Golgotha. Het is niet waar, dat wij op weg zijn naar de on-
dergang, want Jezus Christus, onze Heer, is opgestaan.
Daarom is het voor hem, die het eigendom is van Jezus
Christus: léven! Geen oppervlakkige vreugde, zoals in het
blijspel, dat alleen floreert bij het vergeten en verdringen
van de dood, maar leven dat ten volle de dood in het gezicht
durft zien, en dan niet weer afzwenkt naar de kermis van
laat ons eten en drinken en vrolijk zijn, want morgen sterven
wij —, maar dat de dood wegkijkt.
Geen ondergang, geen mislukking, zoals in het treurspel, geen
treurende berusting, ja geen enkele tragische situatie voor
hem. „Niemand ontneemt u uw blijdschap." Alles, ook de
treurigste situatie moet medewerken tot de verheerlijking,
het gelijkvormig worden aan Hem, wiens eigendom wij zijn.
Hier is het onaanrandbaar heerlijke mensenleven, onaan-
randbaar, omdat het fundament is doorgetrokken tot op God.
Geen blijspel. Geen treurspel. Maar Divina Comoedia! *)
*) Waar dit Goddelijk Blijspel de grondtrek vormt, kunnen we inder-
daad spreken van „Christelijke kunst".
232
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1950
Studentenalmanak | 284 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1950
Studentenalmanak | 284 Pagina's