Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1950 - pagina 242

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1950 - pagina 242

2 minuten leestijd

spel is uit: deze dood was schoon, zulk een einde lokt!

(Marsman). Tot zover is Jezus interessant, tot zover kan men

Hem in de tragedie gebruiken: gekruisigd, gestorven en be-

graven. Maar dan komt het grote verschil, dat, wat alles

totaal omkeert. Hóór, want de Kerk zingt dóór: T e n derde

dage wederom opgestaan van de doden, opgevaren ten

hemel, zittende ter rechterhand Gods, vanwaar Hij komen

zal... W a n t Jezus Christus is méér. Juist omdat Hij het is,

die zijn leven gaf, breekt de tragedie ineen. Toen de Held

gevallen was en de toeschouwers naar huis waren gegaan,

zoals de gewoonte was na het vijfde bedrijf, toen ging het

gordijn weer omhoog, en toen... ja, toen begon het eigenlijk

pas! Toen bleek het grote verschil tussen: afgelopen" en

„volbracht". De werkelijkheid blijkt anders dan tragisch.

Hier gaf immers zijn leven. Hij, die sterker was dan de

Dood zelf! Door dit sterven werd immers de grote vijand,

de mensenmoorder van den beginne, de kop vermorzeld! De

tragedie, die ons het hoogste leek, het waarachtigst en diepst

de zin van het leven gevend, blijkt er naast te zijn, ze is een

leugen, juist om het méér dan tragische dat geschied is op

Golgotha. Het is niet waar, dat wij op weg zijn naar de on-

dergang, want Jezus Christus, onze Heer, is opgestaan.

Daarom is het voor hem, die het eigendom is van Jezus

Christus: léven! Geen oppervlakkige vreugde, zoals in het

blijspel, dat alleen floreert bij het vergeten en verdringen

van de dood, maar leven dat ten volle de dood in het gezicht

durft zien, en dan niet weer afzwenkt naar de kermis van

laat ons eten en drinken en vrolijk zijn, want morgen sterven

wij —, maar dat de dood wegkijkt.

Geen ondergang, geen mislukking, zoals in het treurspel, geen

treurende berusting, ja geen enkele tragische situatie voor

hem. „Niemand ontneemt u uw blijdschap." Alles, ook de

treurigste situatie moet medewerken tot de verheerlijking,

het gelijkvormig worden aan Hem, wiens eigendom wij zijn.

Hier is het onaanrandbaar heerlijke mensenleven, onaan-

randbaar, omdat het fundament is doorgetrokken tot op God.

Geen blijspel. Geen treurspel. Maar Divina Comoedia! *)

*) Waar dit Goddelijk Blijspel de grondtrek vormt, kunnen we inder-

daad spreken van „Christelijke kunst".

232

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1950

Studentenalmanak | 284 Pagina's

Studentenalmanak 1950 - pagina 242

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1950

Studentenalmanak | 284 Pagina's