Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1950 - pagina 210

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1950 - pagina 210

2 minuten leestijd

passing van het schema der evolutie op de Pentateuch, in

deze een conglomeraat zag van vier „bronnen": } ( = Jah-

wist), E { = Elohist), D ( = Deuteronomist) en P ( =

Priestercodex). Om één voorbeeld te noemen: Leviticus, dat

tot P behoorde, was, volgens Kaenen, de grote Leidse Oud-

Testamenticus, grotendeels opgesteld in Babylonië, wellicht

tussen 500 en 475 v. C. Deze nieuwere oorkondenhypothese,

waaraan de namen van Graf, Kuenen en Wellhausen zijn

verbonden, beheerste aan het einde der 19e eeuw het terrein

der Oud-Testamentische wetenschap. Kaenen schreef in

Theologisch Tijdschrift 1885 blz. 491: „Thans kan men zon-

der grootspraak beweren, dat het pleit beslecht is. W e l wordt

nog door enkele mannen van naam de meer of min gewijzigde

opvatting van De Wette en Ewald verdedigd en treedt ook

nu en dan nog een kampioen voor „de Mozaïsche oorsprong"

in het krijt, doch van die zijde wordt de strijd met allengs

geringer beslistheid gevoerd, en middelerwijl voegt zich het

jongere geslacht bij de „Grafianer".

Er is, sinds Kuenen dit schreef, veel veranderd.

De voornaamste stoot tot het aanbrengen van deze verande-

ringen is uitgegaan van de opgravingen. Deze waren reeds

aan de gang in de tijd van de opkomst der nieuwere oor-

kondenhypothese, maar men krijgt de indruk, dat haar aan-

hangers niet voldoende oog hadden voor de grote betekenis

van deze ontsluiting der oud-Oosterse wereld. In de eerste

helft der twintigste eeuw hebben de resultaten der opgra-

vingen geleid tot een wijziging in de beschouwing van Israël

als volk temidden der andere oud-Oosterse volken. Terecht

sprak G. Ch. Aalders ook met het oog hierop in zijn inaugu-

rele oratie in 1920 over „Tij-kentering in de Oud-Testamen-

tische wetenschap". En dat de commentaren van Keil en

Delitzsch opnieuw in het Engels verschijnen, terwijl Kuenens

werken totaal verouderd zijn, is m.i. symptomatisch anno

1950.

Toch zou het kortzichtig zijn, niet het gevaar te zien, dat

ons. Gereformeerde Christenen, en met name Gereformeerde

beoefenaars van de wetenschap, juist ten opzichte van de

Bijbel bedreigt. Ik denk daarbij in de eerste plaats zelfs aan

de Gereformeerde theologische studenten. Natuurlijk is „Ge-

196

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1950

Studentenalmanak | 284 Pagina's

Studentenalmanak 1950 - pagina 210

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1950

Studentenalmanak | 284 Pagina's