Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1950 - pagina 246

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1950 - pagina 246

2 minuten leestijd

behandelen de prae-verloving, en voorts aan de behandeling

der verloving niet toekomen, hetwelk m.i. op geen enkel

bezwaar stuit, immers wie de voorgeschiedenis kent, kent

ook de geschiedenis, wat zonder meer duidelijk is voor hen,

die ingewijd zijn in het bestaan van retro- en anticipatiën.

Uit de voorgeschiedenis kan ik slechts op een enkel punt

een, op de somberheid, inhaerent aan de moderne tijd, ge-

baseerde conclusie trekken omtrent de geschiedenis.

De hoofdindeling wordt nu dus: I. prae-verloving. II. ver-

loving.

De prae-verloving verdelen we onder in: A. kentijd. B.

scharreltijd.

De kentijd kunnen we weer onderverdelen in: 1. leren ken-

nen. 2. kennen.

Allereerst bespreken we I. A. 1. het leren kennen.

Hier is een zeer subtiele onderverdeling op zijn plaats, we

moeten nl. onderscheiden de eerste periode en de tweede

periode ,die ondanks het vele gemeenschappelijke toch we-

zenlijk van elkaar verschillen.

De eerste periode.

Deze periode is gekenmerkt door een reeks van tere ge-

beurtenissen, die hoewel de buitenstaander in hun bedoeling

ietwat onbenullig-eentonig aandoend, voor het innerlijk be-

leven van onschatbare waarde zijn. Tere gebeurtenissen, van

die kleine dingen, die nauwelijks opgemerkt worden, en die

toch zoveel betekenen, als bv. deze: hij kijkt naar haar en

zij ziet het (let hier op de willekeurige, actieve opmerkzaam-

heid, het zich richten op, van de man, uitkomend in „kijken

naar", en daartegenover de onwillekeurige passieve opmerk-

zaamheid, het getrokken worden door, van de vrouw, uit-

komend in „zien"); en verder deze: zij laat iets vallen, en

hij merkt het, ja raapt het zelfs op; en dan het ragfijne, haast

intuïtieve zeker weten, dat over hem komt, in het feilloos

kiezen van dezelfde weg. Bij het opgaan naar het werk, in

de prille uchtend, ja zelfs ook in de serene avond.

Als vanzelf komen we nu tot de tweede periode.

Het typerende van deze periode is het zoete waas van ge-

heimzinnigheid, dat slechts tartend langzaam pleegt op te

236

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1950

Studentenalmanak | 284 Pagina's

Studentenalmanak 1950 - pagina 246

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1950

Studentenalmanak | 284 Pagina's