Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1950 - pagina 213

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1950 - pagina 213

2 minuten leestijd

Nieuwe Testament. En hij gebruikt dan deze woorden: „Dat

is het geweldige probleem, waarvoor alle Schriftcritisch

denken zich altijd weer geplaatst ziet: men staat boven de

Schrift en onderwerpt zich aan de Schrift niet" Daar-

uit is het alleen te verstaan, dat iemand als Bultmann, die

zo begaafd is en zo veel kennis bezit, toch ten diepste gezien

minder van de Schrift verstaat, dan de eenvoudige gelovige,

die geen woord Grieks kent en niet zo veel weet van „de

theologie van Paulus".

En nu Polman.

Deze brengt critiek uit op Althaus. Althaus ziet de ban van

de dogmatische exegese gebroken door de Aufklärung. Sinds

de Aufklärung weet men, dat de Heilige Schrift velerlei leer-

type bevat. De theologie van Paulus verschilt van die van

Johannes of van de Hebreen. Maar dan schrijft Polman heel

nuchter: „het is een verwarring van begrippen, zoo men een

Schriftgebonden exegese dogmatisch noemt. W a t Althaus

mededeelt over „de bijbelsche theologie" na de Verlichting is

voor ons juist door en door dogmatisch bevooroordeeld"

(a.w. biz. 179, 180).

Men leze in dit verband eens de rectorale oratie van Prof.

Dr F. W. Grosheide „De bevooroordeeldheid der exegese"

(Kampen 1948). Ik kan niet nalaten, nu ik toch aan het

citeren ben, daaruit dit aan te halen: „Het is terstond te ver-

staan, dat wie aldus begint (n.l. met de Schrift voor de

wetenschappelijke arbeid te beschouv'«ïn als een gewoon

bock) nooit tot de slotsom kan komen, dat de Schrift geen

gewoon boek is, dat zij is het W o o r d van God, dat is: deze

onbevooroordeeldheid begint met het getuigenis der Schrift

over zichzelf opzij te zetten" (a.w. blz. 4 ) .

Wij moeten ons aan de Bijbel gewonnen geven geheel en al.

Daaruit vloeit vanzelfsprekend voort, dat wij hem lezen als

een opdracht. W a t wij lezen moet in practijk gebracht

worden.

Maar het is heus nu, in 1950, niet de tijd, om te waarschuwen

tegen een te grote waardering voor het verstandelijk kennen

van de Bijbel.

Staat het er, anno 1950, met de Bijbelkennis, b.v. onder de

studenten aan onze Universiteit, zo goed voor?

199

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1950

Studentenalmanak | 284 Pagina's

Studentenalmanak 1950 - pagina 213

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1950

Studentenalmanak | 284 Pagina's