Studentenalmanak 1950 - pagina 233
onrechte gesmade '— litterairhistorische methode overwon^
nen. Wij Ieren van H oratius eigenlijk voornamelijk, dat hij
zijn kunst van de Alexandrijnen en zijn wijsheid van de
Epicureeërs had. Maar al is het, dat in dit gedicht het prae
ceptum van deze wijsgeren keurig onder woorden gebracht
is <— dat wil toch niet zeggen dat het de dichter geen ori
ginele ernst geweest kan zijn. Als iemand zijn glaasje drinkt,
dan doet hij dat toch niet omdat het Bols heet, maar omdat
hij het lekker vindt of meent het nodig te hebben. Als H o
ratius voor het antwoord, de oplossing, de houding van een
bepaalde philosophic kiest, dan doet hij dat omdat dat zijn
geloof is. Als hij een zekere gearriveerde berusting en cy
nische luchthartigheid ten toon spreidt, dan is dat niet omdat
hij zo'n domme ziel was, die van het wankelen van de wereld
niets merkte. En als zijn gedicht ondanks alles nog iets cho
riambisch heeft, dan is dat om dezelfde reden, waarom men
nu een tango „rukt": van narigheid.
Mijn experiment — al heb ik misschien een ogenblik die in
druk gewekt ^ was geen aesthetisch experiment, maar een
psychologische demonstratie. De litteratuurbeschouwing van
de existentiephilosophie heeft voor de eigenlijke aesthetica
(zoals ik die versta) niets te bieden. Zij is een psychologie,
en wel een die veel te kort schiet, hoewel ze veel te ver mikt.
Z e mikt te ver, doordat ze alles wil verklaren uit het oer
phaenomeen van de angst. En ze schiet te kort, omdat ze
alles buiten de „ware kunst" wil sluiten, wat de angst over
wonnen heeft. Ik laat voor een ogenblik in het midden, of
zo'n overwinning werkelijk of vermeend is. H et was in elk
geval niet mijn bedoeling, H oratius voor te stellen als door
angst gedreven, of de Epicureeërs als wanhoopsphilosophen.
Integendeel: de overwinning van de angst, de (ware of valse)
gerustheid is even belangrijk ter verklaring van het innerlijke
artistieke procédé als de angst is. Maar het is een dwaas
heid, de alomtegenwoordigheid van de angst te willen ont
kennen. Er is alle reden voor de angst sedert de zondenval.
W i e heeft eigenlijk volwassen kunnen worden zonder de
angst te kennen? Sluit men de ogen voor deze werkelijkheid,
dan sluit men zich het begrip af voor de innerlijke bewegingen
van velen, ook van zichzelf, ook van de christelijke littera
225
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1950
Studentenalmanak | 284 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1950
Studentenalmanak | 284 Pagina's