Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1950 - pagina 230

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1950 - pagina 230

2 minuten leestijd

artistieke zielsproces achten, en in de tegenwoordige tijd

is dat al helemaal niet moeilijk. Even gemakkelijk is het een

reeks in de kunsthistorie opgenomen figuren op te sommen,

die zo evenwichtig en zelfverzekerd schijnen, dat ze nooit —

ja, wat eigenlijk nooit? De htteratuurbeschouwing van de

existentiephilosophie zegt; dat ze nooit zuivere kunst hebben

kunnen maken; maar de existentiephilosophie moet verder

gaan en zeggen; dat ze nooit werkelijk hebben kunnen leven.

Al in mijn zo even aangehaalde artikel is mij bij het noemen

van enkele zulke onverstoorbaren de naam van H oratius uit

de pen gevloeid. Zijn klassieke — dit is al een scheldwoord!

— poëzie gebruikt vormen, welbewust aan vreemde voor­

gangers ontleend en „alleen maar" met meesterschap toe­

gepast; en in die vormen is een inhoud vervat, die wel een

kleine catechismus lijkt van de wijsheid van vreemde Philo­

sophen. H et is een goedkoop succes, bij hem een spoor van

het absurde aan te wijzen in het slot van Satire I, 8, Ä^aar

na een heksenscène in de nacht een uitgedroogd vijgen­

houten Priapus­beeld plotseling splijt met een geluid als van

een krachtige veest:

Nam displosa sonat quantum vesica, pepedi

Diffissa nate ficus: at illae currere in urbem.

Een effect, onze experimentelen waardig, wanneer de verzen

maar slechter waren. Neen, ik wil mij wenden tot wat een

specimen schijnt van „bevroren" poëzie, tot een gedicht dat

.— terstond bij de eerste kennismaking met deze dichter —

op mij, mens (en toen nog puber) van deze eeuw, grote

indruk gemaakt heeft. En dat niet, omdat ik geen mooiere

verzen van H oratius kende, maar juist door zijn grote be­

wogenheid en ondertoon van nood. Ik geef het, om er de

lezers onbevangen tegenover te zetten, eerst in mijn ver­

tahng, die zich strikt aan het oorspronkelijke rhythme houdt.

Neen, neen, vraag nu toch niet

(wee als ik 't wist!)

hoe het met mij, met jou

eenmaal zal moeten gaan,

Candida, kind,

klamp aan die heidense

222

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1950

Studentenalmanak | 284 Pagina's

Studentenalmanak 1950 - pagina 230

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1950

Studentenalmanak | 284 Pagina's