Studentenalmanak 1951 - pagina 239
tot gemeenschap neigt, maar in volstrekte zelfzucht een „wolf" voor
zijn medemens is, zodat hij slechts door een „staats-leviathan", die
alle macht in zich verenigt, tot een ordelijk sociaal gedrag kan
worden gebracht. Aan deze „Leviathan" moest alle natuurlijke vrij-
heid van de enkeling ten offer worden gebracht.
Alleen bij HUGO DE GROOT en zijn onmiddellijke volgelingen
vindt de antieke idee der natuurlijke gemeenschap nog erkenning,
omdat de grondlegger der Humanistische natuurrechtsleer nog op
de traditionele wijze uitging van de appetitus socialis in de redelijke
mensennatuur. In aanknoping aan een oude Stoïcijnse universalisti-
sche opvatting aanvaardde Grotius de societas humana, de „natuur-
lijke gemeenschap van het mensen-geslacht" als grondslag voor het
volkenrecht. Maar, gelijk gezegd, werd deze opvatting spoedig door
die van Hobbes overvleugeld. PUFENDORF (althans in zijn prac-
tisch overwegend standpunt) en THOMASIUS in diens latere pe-
riode en met name ook KANT volgden de Hobbesiaanse visie op de
menselijke natuur.
Tegen deze gehele individualistische natuurrechtelijke richting, die
in de Verlichtingstijd haar hoogtepunt bereikte, keerde zich de
irrationalistische historische denkwijze van de Restauratieperiode.
Zij wordt niet moede er op te wijzen, dat de samenleving niet een
maaksel is van het menselijk vernuft, maar dat zij het resultaat is
van een geleidelijke, zgn. „organische" historische ontwikkeling. De
idee van de „natuurlijke gemeenschap" krijgt thans een geheel
nieuwe zin, ontsprongen uit een universalistische en irrationalis-
tische wending in het Humanistisch vrij heidsmotief. Want de reac-
tie, die thans tegen de individualistische denkwijze der vorige
periode intreedt, vindt haar religieuze drijfveer in dit vrijheids-
motief, dat de autonome menselijke persoonlijkheid niet langer wil
laten overheersen door het klassiek-Humanistisch wetenschaps-
ideaal.
Reeds LOCKE, ROUSSEAU en KANT waren begonnen aan dit
laatste een halt toe te roepen voor het heilig domein van de mense-
lijke vrijheid. Kant beproefde in zijn kenniscritiek de aanspraken
van het op beheersing van de werkelijkheid gerichte klassieke
wetenschapsideaal enerzijds en het persoonlijkheidsideaal van de
vrije autonome zelfbepaling anderzijds tegenover elkander af te
grenzen. „Natuur" en „vrijheid" werden door hem dualistisch
gescheiden. wi*'^^'
^ -* Jl
223
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1951
Studentenalmanak | 298 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1951
Studentenalmanak | 298 Pagina's