Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1951 - pagina 233

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1951 - pagina 233

2 minuten leestijd

van omgangsbetrekkingen en taalvormen, een bijzondere econo-

mische gemeenschapskring betrokken op het specifieke familie-

goed, waaraan zich een zgn. pretium affectionis hecht (men denke

aan familieportretten, -sieraden, -wapens, brievenverzamelingen

enz.) en een interne kring van familierechtelijke verhoudingen.

En zij is eerst gequalificeerd als een morele liefdesgemeenschap

van typisch karakter, die bijzondere morele plichten tussen de

familieleden schept, wel onderscheiden van de algemene plichten

der naastenliefde.

De wezenlijke familiegemeenschap heeft m.a.w., evenals iedere

andere tijdelijke sociale levenskring, een intern structuurprincipe,

dat haar innerlijke eigenaard bepaalt, evengoed als de beide an-

dere hierboven gesignaleerde natuurlijke gemeenschappen: huwe-

lijk en gezin.

En zolang men dit interne structuurprincipe en de daardoor be-

paalde eigengeaardheid dezer gemeenschappen in het oog houdt,

bestaat geen gevaar voor een uitzetting van het begrip natuurlijke

gemeenschap buiten zijn natuurlijke grenzen.

De overspanning van dit begrip is te allen tijde kenmerkend ge-

weest voor de zgn. universalistische beschouwing van de mense-

lijke samenleving, die zich als een typische reactie op de indivi-

dualistische visie openbaart. Terwijl de laatste alle sociale collec-

tiviteiten tot verzamelingen van enkelingen tracht te herleiden en

iedere samenlevingsverhouding als een uitwendige maatschappe-

lijke betrekking of complex van elementaire sociale betrekkingen

tussen zelfstandige individuen meent te kunnen construeren, zoekt

het universalisme juist omgekeerd de samenleving in het schema

van een organisch geheel met delen of leden te vatten, waarbij het

geheel dan als een boven-individuele eenheid, als een intrinsieke

totaal-gemeenschap wordt gezien, die meer is dan de som harer

leden.

Dit sociologisch universalisme behoeft niet perse samen te gaan

met een ontologisch en axiologisch.

Aristoteles en Thomas v. Aquino waren beiden universalist in de

eerstgenoemde zin, maar in hun ontologie of werkelijkheidsleer

waren zij individualist, inzoverre zij alleen de natuurlijke indivi-

duen als zelfstandige wezens of substanties lieten gelden, terwijl

zij aan de sociale betrekkingen slechts een accidenteel of bijkom-

stig werkelijkheidskarakter toekenden.

217

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1951

Studentenalmanak | 298 Pagina's

Studentenalmanak 1951 - pagina 233

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1951

Studentenalmanak | 298 Pagina's