Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1951 - pagina 261

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1951 - pagina 261

2 minuten leestijd

daarvan geen voorstelling maken. Het ontbreken van alle

relativiteit impliceert het afwezig zijn van de relatie. In

mijn „omgeving", (straks wordt het U duidelijk, waarom

dit woord onjuist is), waren gelijke wezens als ik. Ik had

contact met alle tegelijk en met geen in 't bijzonder. Dit

contact was vanzelfsprekend en algemeen. In aardse taal

gezegd: „Ik kon ieders gedachten lezen". Hier bestond geen

relatie, omdat het afwezig zijn van de relatie niet bestond.

Ook had ik geen begrenzing. Ge zoudt het kunnen verge-

lijken met een gas, dat een gehele ruimte opvult. Alleen

was hier geen ruimte. Ik was universeel en mijn mede-

geesten waren het. We vloeiden in elkaar over en toch ont-

stond er geen gedrang of minder plaats voor ieder af-

zonderlijk.

Hier was geen licht of duisternis, geen koude of warmte,

omdat bij gebrek aan lichaam alle zintuigen en waarneming

onmogelijk werden. Men kan niet zeggen, dat ik een prettige

sensatie had, ook niet een onprettige: Er was geen sensatie.

Er waren geen dingen, geen begrippen.

Een merkwaardig feit was ook, dat alle beweging scheen

te ontbreken. Ik zeg: „scheen", want achteraf concludeerde

ik, dat er wel beweging is geweest. Op het moment, dat

ik mijn geest onthief aan mijn lichaam, was er beweging,

nL. van het aardse naar, laat ik zeggen, het astrale. En

zodra ik de grens tussen die twee rijken overschreden had,

verdween alle relatie, daarmee alle wrijving — ook de

geestelijke — dus bleef de eenmaal ontstane beweging voort-

duren. De motor van deze beweging was, zoals ik hier-

boven opmerkte, DE WIL en gelukkig bleef mijn wil werk-

zaam. Anders was terugkering naar het lichaam onmogelijk

geweest. Deze wil bleef verbonden met het lichaam, was

als het ware de schakel, die lichaam en geest samenhield.

245

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1951

Studentenalmanak | 298 Pagina's

Studentenalmanak 1951 - pagina 261

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1951

Studentenalmanak | 298 Pagina's