Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1951 - pagina 235

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1951 - pagina 235

2 minuten leestijd

hidden, omdat de stralende Olympische goden geen macht over

het doodslot hadden, werd de Griekse polis of stadsstaat de drager

van de cultuur-religie als de officiële staatsgodsdienst.

In de Griekse natuurbeschouwing dongen de antagonistische

grondmotieven dezer beide religies om de voorrang. Zolang in de

oude Ionische natuurphilosophie het materie-motief de overhand

had en de goddelijke Archè of oorsprong aller dingen gezocht

werd in de eeuwig vloeiende stroom des levens, werd de ware

natuur der dingen ook alleen in het proces van ontstaan uit en

terugkeer in de vorm-loze levensstroom gezien.

De physis werd gevat als het proces van het phuèsthai. Zodra

echter het vorm-motief de overhand in het denken verkreeg, ging

men de ware natuur der dingen zoeken in hun constante wezens-

vorm, waarop het ontwikkelingsproces hunner materie gericht is.

En daar nu, gelijk we zagen, de Griekse polis de draagster der

cultuur-religie en van het daarin belichaamde vormmotief was,

is het geen wonder, dat men aan de stadsstaat de taak toekende

de menselijke natuur tot haar vorm-volmaking te brengen.

Hiermede hing samen de typisch Griekse opvatting, dat hij, die

buiten de Griekse polis stond, een „barbaros" was, die in de on-

gebonden wildheid van het materieprincipe bevangen was ge-

bleven. Die opvatting vond haar praegnante uitdrukking in

Aristoteles' uitspraak, dat hij, die buiten de polis leeft, óf een

godheid of een dier moet zijn.

Het was ook alleen de centrale religieuze betekenis der polis in

het leven van de Griek, die aan de universalistische opvatting van

de stadsstaat als natuurlijke totaal-gemeenschap van de volle

menselijke samenleving ten grondslag lag. Wanneer de godheid

als „zuivere vorm" werd gevat en de menselijke natuur als een

compositum van vorm en materie, waarin de vorm het centraal-

wezenlijke van het mens-zijn bepaalt, dan kon ook de Griekse

polis, die door haar paideia, haar religieus-culturele vorming, de

menselijke natuur eerst tot volle volmaking kon brengen, slechts

als een natuurlijke gemeenschap worden beschouwd.

Thomas van Aquino nam deze Aristotelische opvatting over, doch

trachtte haar in typisch scholastische zin aan te passen aan de

Roomse kerkleer.

Het ging hier in de grond der zaak om een poging tot religieuze

synthese tusseij het Griekse vorm-materiemotief en het grondmotief

219

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1951

Studentenalmanak | 298 Pagina's

Studentenalmanak 1951 - pagina 235

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1951

Studentenalmanak | 298 Pagina's