Studentenalmanak 1951 - pagina 242
van het „Volkstum" als de ware bron der cultuur en van de staat
als de onzelfstandige politische organisatie-vorm der natuurlijke
volksgemeenschap, terwijl bovendien de laatste werd vereenzelvigd
met de natie.
Drie fundamentele verwarringen werden hier begaan. Door het
„Volkstum" als de primaire gemeenschap te beschouwen en de
staat slechts als zijn onzelfstandige politieke bovenbouw, bedoelde
de Historische School principieel af te rekenen met de rationalis-
tische staatsopvatting der voorafgaande periode, die de staat als
een souverein machtsinstrument meende te kunnen construeren uit
een atomistische massa van individuen.
Maar de „volksgemeenschap", die zij als een natuurlijk gegeven
aan de aanvang der cultuur stelde, was in werkelijkheid het onge-
differentieerde volksverband der zgn. primitieve levensverhoudin-
gen, zoals wij die op een nog „gesloten" cultuurpeil aantreffen.
In een nog ongedifferentieerde samenleving ontmoet men sociale
levenskringen, die alle taken tegelijk vervullen, waarvoor zich op
een ontsloten cultuurpeil sociale verbanden met een bijzondere
bestemming vormen als staat, kerk, bedrijf, schoolverband, een
vrij verenigingswezen, enz., enz.
Deze nog ongedifferentieerde levenskringen: het primitieve volks-,
resp. stamverband met zijn onderdelen dt sibben, clans of gentiel-
verbanden, de primitieve huisgemeenschappen, eventueel ook de
gilden, zijn als zodanig nimmer natuurlijke gemeenschappen in de
vroeger omlijnde zin: Zij hebben steeds een typisch historische
fundering in een zelve nog ongedifferentieerde machtsorganisatie.
Zij zijn dan ook allerminst van alle tijden, gelijk de natuurlijke
huwelijks-, gezins-, en familiegemeenschap, maar zijn noodzakelijk
ten ondergang gedoemd, zodra zich het differentiëringsproces in
de samenleving gaat doorzetten.
Met name de staat is de natuurlijke vijand van de ongedifferen-
tieerde volksgemeenschap en haar onderdelen, die hem immers
onderdanen onttrekken. Want ieder ongedifferentieerde samen-
levingsverband oefent „uit eigen hoofde" mede overheidsgezag
over zijn leden uit.
De staat echter moet naar zijn aard het monopolie opeisen van
het publieke overheidsgezag en van de georganiseerde zwaard-
macht, waarin het eerste is gefundeerd. De staat vormt zich zelf
zijn volk in het gedifferentieerd verband der res publica. En dit
226
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1951
Studentenalmanak | 298 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1951
Studentenalmanak | 298 Pagina's