Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1951 - pagina 242

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1951 - pagina 242

2 minuten leestijd

van het „Volkstum" als de ware bron der cultuur en van de staat

als de onzelfstandige politische organisatie-vorm der natuurlijke

volksgemeenschap, terwijl bovendien de laatste werd vereenzelvigd

met de natie.

Drie fundamentele verwarringen werden hier begaan. Door het

„Volkstum" als de primaire gemeenschap te beschouwen en de

staat slechts als zijn onzelfstandige politieke bovenbouw, bedoelde

de Historische School principieel af te rekenen met de rationalis-

tische staatsopvatting der voorafgaande periode, die de staat als

een souverein machtsinstrument meende te kunnen construeren uit

een atomistische massa van individuen.

Maar de „volksgemeenschap", die zij als een natuurlijk gegeven

aan de aanvang der cultuur stelde, was in werkelijkheid het onge-

differentieerde volksverband der zgn. primitieve levensverhoudin-

gen, zoals wij die op een nog „gesloten" cultuurpeil aantreffen.

In een nog ongedifferentieerde samenleving ontmoet men sociale

levenskringen, die alle taken tegelijk vervullen, waarvoor zich op

een ontsloten cultuurpeil sociale verbanden met een bijzondere

bestemming vormen als staat, kerk, bedrijf, schoolverband, een

vrij verenigingswezen, enz., enz.

Deze nog ongedifferentieerde levenskringen: het primitieve volks-,

resp. stamverband met zijn onderdelen dt sibben, clans of gentiel-

verbanden, de primitieve huisgemeenschappen, eventueel ook de

gilden, zijn als zodanig nimmer natuurlijke gemeenschappen in de

vroeger omlijnde zin: Zij hebben steeds een typisch historische

fundering in een zelve nog ongedifferentieerde machtsorganisatie.

Zij zijn dan ook allerminst van alle tijden, gelijk de natuurlijke

huwelijks-, gezins-, en familiegemeenschap, maar zijn noodzakelijk

ten ondergang gedoemd, zodra zich het differentiëringsproces in

de samenleving gaat doorzetten.

Met name de staat is de natuurlijke vijand van de ongedifferen-

tieerde volksgemeenschap en haar onderdelen, die hem immers

onderdanen onttrekken. Want ieder ongedifferentieerde samen-

levingsverband oefent „uit eigen hoofde" mede overheidsgezag

over zijn leden uit.

De staat echter moet naar zijn aard het monopolie opeisen van

het publieke overheidsgezag en van de georganiseerde zwaard-

macht, waarin het eerste is gefundeerd. De staat vormt zich zelf

zijn volk in het gedifferentieerd verband der res publica. En dit

226

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1951

Studentenalmanak | 298 Pagina's

Studentenalmanak 1951 - pagina 242

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1951

Studentenalmanak | 298 Pagina's