Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1951 - pagina 237

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1951 - pagina 237

2 minuten leestijd

wezenlijke huwelijksgemeenschap! Zo leert ons ook de Aristote-

lisch-Thomistische definitie van de staat niets over de innerlijke

aard van dit instituut. De staat wordt slechts op universalistische

wijze omschreven als de natuurlijke „societas perfecta" of totaal-

gemeenschap, gericht op het doel van het algemeen welzijn.

Maar het begrip „algemeen welzijn" wordt in de Thomistische

theorie der samenleving volstrekt niet tot de staat beperkt. De

moderne Thomisten spreken b.v. ook van het „algemeen welzijn"'

binnen de kring van een vereniging of een naamloze vennootschap.

In de moderne tijd komt de universalistische visie op de samen-

leving overwegend onder invloed van het religieuze grondmotief

der Humanistische levens- en wereldbeschouwing, dat van natuur

en vrijheid.

Ook dit motief sloot een Schriftuurlijke visie op de geschapen

werkelijkheid principieel uit. Evenals het Griekse en het scholas-

tische, droeg het een innerlijk dialectisch karakter. Dit wil zeggen,

het bevatte in zich twee religieuze motieven, die met elkander in

een onverzoenlijke tweespalt verwikkeld waren en daarom het

onder hun beslag gekomen denken telkens weer in polair tegen-

gestelde richtingen uiteen dreven.

Het vrij heidsmotief kwam tot uitdrukking in de Humanistische

religie van de menselijke persoonlijkheid.

Voor de laatste werd een volstrekte autonomie opgeëist op religieus,

zedelijk en wetenschappelijk gebied. Geëmancipeerd van ieder

autoriteitsgeloof zou de vrije persoonlijkheid haar lot in eigen

hand nemen en geen andere wet voor het handelen erkennen dan

die zij zich zelve naar eigen redelijke maatstaf stelde. Dit moderne

vrij heidsmotief voerde ook tot een principieel andere natuur-

beschouwing.

Voor de vrije autonome persoonlijkheid kon de natuur nog slechts

in aanmerking komen als een voorwerp van volledige beheersing,

door de menselijke wetenschap. Daartoe moest ook de natuur-

beschouwing worden bevrijd van ieder geloof in „boven-natuur-

lijke" invloeden. Toen door GALILEI en NEWTON de grondslagen

voor de klassieke natuurkunde waren gelegd, die inderdaad de

weg tot beheersing der natuurverschijnselen wees door een mathe-

matische analyse van een ingewikkeld phenomeen in zijn elementen

en het opsporen van de causale natuurwettelijke relaties tussen de

verschijnselen, wierp zich het Humanisme op deze nieuwe natuur-

221

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1951

Studentenalmanak | 298 Pagina's

Studentenalmanak 1951 - pagina 237

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1951

Studentenalmanak | 298 Pagina's