Studentenalmanak 1951 - pagina 237
wezenlijke huwelijksgemeenschap! Zo leert ons ook de Aristote-
lisch-Thomistische definitie van de staat niets over de innerlijke
aard van dit instituut. De staat wordt slechts op universalistische
wijze omschreven als de natuurlijke „societas perfecta" of totaal-
gemeenschap, gericht op het doel van het algemeen welzijn.
Maar het begrip „algemeen welzijn" wordt in de Thomistische
theorie der samenleving volstrekt niet tot de staat beperkt. De
moderne Thomisten spreken b.v. ook van het „algemeen welzijn"'
binnen de kring van een vereniging of een naamloze vennootschap.
In de moderne tijd komt de universalistische visie op de samen-
leving overwegend onder invloed van het religieuze grondmotief
der Humanistische levens- en wereldbeschouwing, dat van natuur
en vrijheid.
Ook dit motief sloot een Schriftuurlijke visie op de geschapen
werkelijkheid principieel uit. Evenals het Griekse en het scholas-
tische, droeg het een innerlijk dialectisch karakter. Dit wil zeggen,
het bevatte in zich twee religieuze motieven, die met elkander in
een onverzoenlijke tweespalt verwikkeld waren en daarom het
onder hun beslag gekomen denken telkens weer in polair tegen-
gestelde richtingen uiteen dreven.
Het vrij heidsmotief kwam tot uitdrukking in de Humanistische
religie van de menselijke persoonlijkheid.
Voor de laatste werd een volstrekte autonomie opgeëist op religieus,
zedelijk en wetenschappelijk gebied. Geëmancipeerd van ieder
autoriteitsgeloof zou de vrije persoonlijkheid haar lot in eigen
hand nemen en geen andere wet voor het handelen erkennen dan
die zij zich zelve naar eigen redelijke maatstaf stelde. Dit moderne
vrij heidsmotief voerde ook tot een principieel andere natuur-
beschouwing.
Voor de vrije autonome persoonlijkheid kon de natuur nog slechts
in aanmerking komen als een voorwerp van volledige beheersing,
door de menselijke wetenschap. Daartoe moest ook de natuur-
beschouwing worden bevrijd van ieder geloof in „boven-natuur-
lijke" invloeden. Toen door GALILEI en NEWTON de grondslagen
voor de klassieke natuurkunde waren gelegd, die inderdaad de
weg tot beheersing der natuurverschijnselen wees door een mathe-
matische analyse van een ingewikkeld phenomeen in zijn elementen
en het opsporen van de causale natuurwettelijke relaties tussen de
verschijnselen, wierp zich het Humanisme op deze nieuwe natuur-
221
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1951
Studentenalmanak | 298 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1951
Studentenalmanak | 298 Pagina's