Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1951 - pagina 244

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1951 - pagina 244

2 minuten leestijd

„Nederlandse natie". De laatste heeft zich in wezen eerst gevormd

in de 80-jarige vrijheidskamp tegen Spanje, waarin ook de Zuide-

lijke Nederlanden zich van de zich vormende Nederlandse natie

afscheidden.

Ongetwijfeld kunnen verschillende naties zich in één staatsverband

bevinden, waarbij dan mogelijk dit laatste slechts door de over-

heersende natie als haar nationale staat wordt ervaren, terwijl de

onderdrukte minderheden naar staatkundige vrijmaking of althans

volkenrechtelijke bescherming streven.

Maar nimmer kan een wezenlijke natie zonder politieke organisatie-

vorm bestaan. Zij is naar haar aard geen passieve, maar een actieve

en georganiseerde gemeenschap van staatkundig karakter.

Dit geldt zeer bepaald ook voor de zgn. „nationale minderheden".

Het beste bewijs voor het principiële verschil tussen natie en

„Volkstum" leverde de politiek van het Duitse nationaal-socialisme.

Terwijl dit laatste overal in de bezette gebieden het nationale

element krachtdadig onderdrukte, zocht het daarentegen de innerlijk

afgestorven residuen ener „volkse cultuur" overal tot een kunst-

matig nieuw leven te wekken.

Deze laatste was politisch onschadelijk en kon slechts dienstbaar

zijn aan de mythe van bloed en bodem van het „Derde Rijk". Maar

het eerste vormde een constante bedreiging voor de nazistische ge-

lijkschakelingspolitiek!

En wederom hulde zich het gevaarlijke universalisme in de ver-

leidelijke ideologie der „natuurlijke gemeenschap". Thans zou het

„Arische r a s " de omvattende „universitas naturalis" vormen voor

alle Germaanse volkeren.

Zo zagen wij hoe de overspanning van het begrip „natuurlijke

gemeenschap" in de loop der historie uit zeer verschillende reli-

gieuze drijfveren is ontsprongen. Nimmer waren deze laatste van

Schriftuurlijk Christelijke aard. Maar wij kunnen veilig zeggen, dat

de universalistische ideologie der natuurlijke gemeenschap haar

gevaarlijkste vormen aannam, wanneer zij zich in het gewaad van

de Christelijke gemeenschapsgedachte stak.

Want de laatste is veeleer het radicale tegendeel van de eerste,

die immers met de scheppingsstructuren geen rekening houdt.

God heeft ons in Zijn Woord de geestelijke of religieuze wortel-

228

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1951

Studentenalmanak | 298 Pagina's

Studentenalmanak 1951 - pagina 244

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1951

Studentenalmanak | 298 Pagina's