Studentenalmanak 1951 - pagina 48
Wanneer ik in bijzonderheden zou moeten uiteenzetten, welke de
betekenis van Prof. Sneller voor de Economische Faculteit aan de
Vrije Universiteit is geweest, zou ik het heel lang moeten maken.
Dit is niet mijn bedoeling, en ik zal mij daarom tot enkele belang-
rijke punten beperken.
Toen in de lente van 1948 collega Van Muiswinkel en ik onder
zijn leiding de eerste besprekingen voerden in verband met de
organisatie van de faculteit, was het ons van meet af aan duidelijk,
van welke betekenis zijn overkomst naar de Vrije Universiteit was.
Hij was de architect, die zorgvuldig en tot in details het bouwplan
ontwierp. En het ging alles zo vanzelfsprekend, alsof het de dood-
gewoonste zaak van de wereld was, een geheel nieuwe faculteit op
te richten. U moet zich een en ander goed realiseren. Er was niets.
Geen gebouw was beschikbaar. Het aantal docenten was te klein.
Talloze andere moeilijkheden moesten worden overwonnen. Met een
ongelooflijke wilskracht en energie wist hij alles zo te regelen, dat
begin October 1948 de faculteit haar werk kon beginnen, zo vol-
ledig, alsof zij reeds jaren had gefunctionneerd, maar slechts korte
tijd gesloten was geweest. Even verbazingwekkend is het, dat reeds
na een jaar de complete doctorale opleiding kon beginnen. Alleen
insiders kunnen begrijpen, wat hier door Prof. Sneller is ge-
presteerd. Voor altijd zal aan deze faculteit zijn naam zijn ver-
bonden.
Veel moeilijker is het, iets te zeggen over de persoon van Prof.
Sneller. Want hij was een gesloten figuur en niet gemakkelijk te
doorgronden. Toch zou ik een bescheiden poging in deze richting
' willen wagen.
Het was op een avond in 1947, dat Prof. Sneller een vergadering
van de Rotterdamse afdeling van de Societas Studiosorum Refor-
matorum bijwoonde, ten einde het hem aangeboden beschermheer-
schap op zich te nemen. Ook die avond was hij bijzonder wel-
sprekend, niet door uiterlijke oratorische effecten, maar uitsluitend
door vorm en inhoud van het gesprokene. Wat zijn — zo vroeg
hij ons — de kenmerken van het Gereformeerde leven ? Hij noemde
er drie, t.w.:
a. dogmatische belijndheid,
b. piëtistische vroomheid, en
c. een eigen levensstijl.
42
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1951
Studentenalmanak | 298 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1951
Studentenalmanak | 298 Pagina's