Studentenalmanak 1951 - pagina 47
ons innam, en welk een genegenheid en waardering wij hem toe-
droegen. Naar de mens gesproken is hij eenzaam en vereenzaamd
gestorven.
Toch mogen wij bij deze droefheid niet blijven staan. Er is grote
dankbaarheid in ons hart voor alles, wat God ons in Prof. Sneller
heeft geschonken. En dan geloof ik, dat de droefheid de dankbaar-
heid niet mag overschaduwen. Toen ik vanmorgen nadacht over
datgene, wat ik deze middag tot U zou zeggen, viel mij een Bijbel-
woord te binnen, nl. het bekende gezegde van J o b : „De Here heeft
gegeven, de Here heeft genomen, de naam des Heren zij geloofd."
Nu ben ik geen theoloog, en ik weet niet, of mijn uitleg juist is.
Het woord kreeg voor mij een betekenis, die ik er nog nooit in had
gezien. Het lijkt op het eerste gezicht, alsof het geven en het nemen
elkaar precies in evenwicht houden, zodat de mens per saldo niets
heeft in te brengen. Zo is het echter niet. Het nemen Gods moeten
wij als vanzelfsprekend beschouwen; voor het geven past ons grote
dankbaarheid. Er is een hatig saldo, en daarom: „De naam des
Heren zij geloofd!"
In zeer bijzondere zin acht ik dit van toepassing op Prof. Sneller.
Betrekkelijk kort voor zijn overkomst naar Amsterdam was hij
ernstig ziek, en wij in Rotterdam hadden niet veel hoop meer
destijds. Hij is toen weer hersteld en heeft nog enige jaren mogen
leven. Het is — met alle eerbied gesproken — alsof God hem ons
nog enkele jaren heeft uitgeleend voor het volvoeren van een
speciale opdracht. En iedereen weet, welk een bijzonder voorrecht
dit voor ons allen is geweest. Dat wij hem nu moeten missen, mag
daarop niet in het minst inbreuk maken. Want zijn taak heeft hij
hier volbracht.
In het voorjaar droeg hij het voorzitterschap aan mij over. Met zijn
zin voor systematiek en indeling sprak hij daarbij over de fase van
de oprichting, die voorbij was, en de fase van consolidatie, die
begon. Maar nu is het, alsof vanaf dat ogenblik zijn taak was
voltooid. Zijn gezondheid ging achteruit. Steen voor steen werd
zijn aardse huis afgebroken; het ziekteproces van de afgelopen
twee weken was niet meer dan daarvan de laatste fase.
Wanneer wij het zo zien, moet alle nadruk vallen op het voorrecht,
dat wij Prof. Sneller deze paar jaar in ons midden mochten hebben,
en moet de dankbaarheid de droefheid verdringen.
41
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1951
Studentenalmanak | 298 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1951
Studentenalmanak | 298 Pagina's