Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1951 - pagina 257

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1951 - pagina 257

2 minuten leestijd

Na deze inleidende opmerkingen kan de beschrijving van

de gang van zaken, zoals die plaats had na mijn bezoek aan

de professor, betrekkelijk kort zijn.^).

Zodra ik trillend van opwinding mij in mijn kamer ge-

sloten had, nam ik het instrument in de handen (het was

beslist véél lichter geworden) en begon een vroeger gecom-

poneerd stuk te blazen. En toen is het ineens gebeurd. Ik

begreep opeens alles. Het woord: muziek of zelfs: geluid,

kan niet aanduiden, hetgeen ik vernam. Ik betwijfel zelfs

of iemand anders het gehoord kon hebben, gesteld dat hij

in de kamer was. Maar vanaf dit ogenblik is iedere mense-

lijke uiting in poëzie of muziek, laat staan dus in alledaagse

conversatie, slechts in staat mijn deernis op te wekken. Ik

heb niet meer geprobeerd opnieuw te spelen, omdat dit mij

genoeg was. Deze gebeurtenis, die mijn denken en spreken

voortaan boven alle norm en begrip zal heffen, heeft mij

doen besluiten te vertrekken. Vanmiddag heb ik zo dus mijn

eigen aftocht geblazen.

U vraagt mij waarheen ik vertrek? Ik kan U alléén zeggen

dat ik ga naar een plaats waar zéér veel zand is. Het kan

zijn in de Gobi-desert in Oost-Azië, maar evengoed zou ik

de zandbak in mijn geboorteplaats kunnen nemen.

U vraagt mij waarom? Ik wil gaan graven. En dat wel zéér

diep. En als er dan een heel diep gat is, laten we zeggen

tot aan de kern der aarde, dan stapel ik het uitgegraven

zand tot een grote toren. Door de verplaatsing van het ge-

wicht zal de aarde zijn draaiing verliezen en blijven stilstaan

in stabiele rust, met de toren naar beneden wijzend. Op dat

ogenblik zal ik de klokken luiden en iedereen zal menen,

^) Voor deze zinsbouw vergelijke men: C.W. van der Pot,

Nederlands staatsrecht, 4e druk blz. 222, 2e alinea. (Nooi

van de schrijver.)

241

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1951

Studentenalmanak | 298 Pagina's

Studentenalmanak 1951 - pagina 257

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1951

Studentenalmanak | 298 Pagina's