Studentenalmanak 1952 - pagina 249
OVERPEINZING.
Je was een mirakel, Mathilde. Ik vergeet je niet — ik vergeet je
nooit.
Je zult me m'n levenlang blijven vergezellen met je onvervlakbare
verrassing van spel met woord en oog. Je mooie, grappig gekrulde
wimpers speelden zelfs mee; en je lippen droegen de stille spot,
die de vrucht van eerlijke ondeugd is.
Ik nam je mee naar „Mauriac", omdat ik wist, dat je in de sfeer
daar gekleed zou gaan als een koning in hermelijn.
De grote bar was je troon — naar de kleine keek je als zou het je
reservetroon kunnen zijn in tijden van ballingschap. Je glas wijn
was je scepter, waarmee je — ten olijkst geoogd — je oordelen
het overige publiek toewees, en de beide barkeepers, en de vrouw
die soms zong voor de microfoon, en de spelers van de muziek.
Je mond lachte, wanneer je hard was en koud, en je ogen lachten,
wanneer je iets waardeerde. Je ogen, daarvan hield ik het meest;
groot waren ze en ondoorgrondelijk grijs; hun geheime opdracht
was het geheim van je wezen te laten zien, even misschien maar
in een hele avond. Wee hem, die dat moment niet oplette.
Men zegt dat de mens varen laat degene, wiens geheim hij kent.
Niets is minder waar dan dat, Mathilde. Ik heb je geheim, en je
weet dat ik het genomen heb uit je ogen, op dat ogenblik.
Tussen ons was toen ineens een stil begrip, dat ons zo prettig
stemde, dat je zei genoeg te hebben van het zitten aan de bar. Je
wilde niets meer zien, omdat je ogen moe waren, van de rook,
van het licht, en van de wijn. Toen zijn we gaan zitten achter de
bar, in een lage ruime bank, waar gedempt licht hing, en waar
óók rook was, en je dronk nog een glas wijn. Je mond was een
gulzige gaping van donkerrood spelen in een afgrond van diep-
blauw met sterrestralen van flonkerend licht.
Grootser had je je dankbaarheid niet kunnen tonen, je dankbaar-
heid dat je geheim begrepen was — nooit je geheel te kunnen
overgeven, omdat de grootheid van de overgave en de grootheid
van het ontvangen altijd vernietigd worden door je raffinement.
Je zult me blijven vergezellen, Mathilde, ik ben zeer aan je
gehecht J. W. E.
225
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1952
Studentenalmanak | 292 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1952
Studentenalmanak | 292 Pagina's