Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1952 - pagina 249

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1952 - pagina 249

2 minuten leestijd

OVERPEINZING.

Je was een mirakel, Mathilde. Ik vergeet je niet — ik vergeet je

nooit.

Je zult me m'n levenlang blijven vergezellen met je onvervlakbare

verrassing van spel met woord en oog. Je mooie, grappig gekrulde

wimpers speelden zelfs mee; en je lippen droegen de stille spot,

die de vrucht van eerlijke ondeugd is.

Ik nam je mee naar „Mauriac", omdat ik wist, dat je in de sfeer

daar gekleed zou gaan als een koning in hermelijn.

De grote bar was je troon — naar de kleine keek je als zou het je

reservetroon kunnen zijn in tijden van ballingschap. Je glas wijn

was je scepter, waarmee je — ten olijkst geoogd — je oordelen

het overige publiek toewees, en de beide barkeepers, en de vrouw

die soms zong voor de microfoon, en de spelers van de muziek.

Je mond lachte, wanneer je hard was en koud, en je ogen lachten,

wanneer je iets waardeerde. Je ogen, daarvan hield ik het meest;

groot waren ze en ondoorgrondelijk grijs; hun geheime opdracht

was het geheim van je wezen te laten zien, even misschien maar

in een hele avond. Wee hem, die dat moment niet oplette.

Men zegt dat de mens varen laat degene, wiens geheim hij kent.

Niets is minder waar dan dat, Mathilde. Ik heb je geheim, en je

weet dat ik het genomen heb uit je ogen, op dat ogenblik.

Tussen ons was toen ineens een stil begrip, dat ons zo prettig

stemde, dat je zei genoeg te hebben van het zitten aan de bar. Je

wilde niets meer zien, omdat je ogen moe waren, van de rook,

van het licht, en van de wijn. Toen zijn we gaan zitten achter de

bar, in een lage ruime bank, waar gedempt licht hing, en waar

óók rook was, en je dronk nog een glas wijn. Je mond was een

gulzige gaping van donkerrood spelen in een afgrond van diep-

blauw met sterrestralen van flonkerend licht.

Grootser had je je dankbaarheid niet kunnen tonen, je dankbaar-

heid dat je geheim begrepen was — nooit je geheel te kunnen

overgeven, omdat de grootheid van de overgave en de grootheid

van het ontvangen altijd vernietigd worden door je raffinement.

Je zult me blijven vergezellen, Mathilde, ik ben zeer aan je

gehecht J. W. E.

225

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1952

Studentenalmanak | 292 Pagina's

Studentenalmanak 1952 - pagina 249

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1952

Studentenalmanak | 292 Pagina's