Studentenalmanak 1952 - pagina 240
b.v. Joz. 24 : 9 v., Hosea 9 : 10, Micha 6 : 5, Neh. 13 : 1 vv. Het
is ook één van de redenen, waarom een Moabiet tot in het tiende
geslacht niet toe mocht treden tot de gemeente van Jahwe, Deut.
23 : 3 vv. In den tijd van de Richteren wordt Israel door Moab
onderdrukt, Richt. 3 : 12 vv., worden Moabs goden Israël ten ver-
derve, 10 : 6 (zie ook 1 Kon. 11 : 1, 7 ) . Saul strijdt tegen Moab,
1 Sam. 14 : 47. Door David wordt het overwonnen, 2 Sam. 8 : 2, 12;
1 Krön. 18 : 2, 11. Onder de latere koningen was er herhaaldelijk
strijd tussen Israel en Moab, zie 2 Kon. 1 : 1 ; 3 ; 2 Kron. 2 0 ;
2 Kon. 13 : 20 V.; 24 : 2. Door de profeten worden de Moabieten
steeds weer in ongunstigen zin genoemd, zie (Num. 24 : 17;) Amos
2 : 1 ; Jes. 11 : 14; 15 v. (16 : 1 vv. spreekt overigens van een
mogelijkheid tot ontkoming); 25 : 10; Jer. 9 : 2 6 ; 25 : 2 1 ; 48 (het
slot bevat echter een heilsprofetie); Zef. 2 : 8 vv. In de Psalmodie
is het niet anders, zie (Ex. 15 : 15;) Ps. 60 :10 (; 108 : 1 0 ) ; 83 : 7 .
Bij Jeruzalems ondergang heeft ook Moab gejuicht, Ez. 25 : 8 vv.
Ook de Moabietische vrouwen worden door Ezra en Nehemia weg-
gezonden, Ezra 9 v.; Neh. 13 : 23 vv. Tegenover dit alles leggen
plaatsen als 1 Sam. 22 : 3 vv., Jer. 40 : 11 weinig gewicht in de
schaal (al mag uiteraard de betekenis van het begin van Jes. 16
en het slot van Jer. 48, vgl. ook Dan. 11 : 4 1 , niet verwaarloosd
worden).
Donker is het beeld, dat de Bijbel ons van Moab tekent. En tegen
dien achtergrond moeten we het boek Ruth zien. Dan zien we,
hoe volkomen terecht vele auteurs nadruk gelegd hebben op den
universalistischen trek in Ruth, ß) Dit boek toont ons: uit Moab
kan iemand voortkomen als Ruth. Wanneer een Moabiet de toe-
vlucht neemt onder de vleugelen van Jahwe (2 : 12), wordt hij
rijk gezegend. Ook een Moabiet, die het zeggen gaat (zie 1 : 1 6 ) :
„uw God is mijn God", krijgt deel aan Israels heil; de Moabie-
tische Ruth wordt in dien weg zelfs stammoeder van Israels
koningsgeslacht. God is niet aan Israel gebonden; Hij kan ook
wel uit het heidenland bouwstenen voor den opbouw van zijn rijk
halen. Zoals S. Oettli (in Kurzgefasster Kommentar van Strack-
Zökhler, VIII, 1889, pag. 213) terecht schrijft: „Der paulinische
Gedanke,, dass der Glaube an den Gott Abrahams und die ver-
trauensvolle Hingabe an ihn es ist, der auch die im Heidentum
Gehörnen in das Volk der Verheissung einpflanzt, empfängt hier
zum voraus eine vielsagende Illustration".
Israel ging vaak prat op zijn voorrechten, zag neer op de onreine
heidenen. Maar het boek Ruth laat het zien: zelfs in hun konings-
216
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1952
Studentenalmanak | 292 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1952
Studentenalmanak | 292 Pagina's