Studentenalmanak 1952 - pagina 235
Glaukus is vrij. Maar toch: Hem schrijnt een wond,'
die zelfs Asklepios niet heelt.
Diens hane-offer werd verspeeld.
Glaukus zwerft zonder god de wereld rond.
Maar komt hij eens voor Hades' poort te staan,
dan hoort men uit zijn bleke mond:
— Asklepios genas mijn wond.
Offer voor mij Asklepios een haan.
Ar antio s
Spreek mij niet meer van deze zaak,
Anthistenes, het vaderland
heeft doelbewust zijn zaad verbrand.
De velden liggen braak.
Gij weet: De grond was toebereid,
geploegd, geëgd. Verwachtte 't zaad.
Verwachtte slechts die ene daad:
het zaaien, wijd en zijd.
Maar 't zaaien werd vergeefs verwacht.
Geploegde aarde bleef alleen.
De avond kwam. De dag verdween
voor eindeloze nacht.
En daarom: Spreek niet van die zaak.
Maar leer 't verdwaasde volk de les
van ondergang, Anthistenes.
De velden liggen braak.
Ar antio s
— Zadel uw paard. De koning heeft gesproken.
Nu vindt uw woord geen weerklank meer in 't land.
Want zonder waarde wordt een kruik gebroken,
een boek verbrand.
Zeg niet: Gij hebt de toedracht niet begrepen.
Men ziet in mijn vertrek misschien een vlucht.
Deren het zomerlandschap schaduwstrepen,
wolken de lucht?
211
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1952
Studentenalmanak | 292 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1952
Studentenalmanak | 292 Pagina's