Studentenalmanak 1952 - pagina 252
HET MENSBEELD IN DE JONGSTE KATHOLIEKE POËZIE.
Het is een opmerkelijk verschijnsel, dat het schisma tussen de
formele rechtgelovigheid * en het moderne levensgevoel ** steeds
scherper vormen aanneemt in de jongste Katholieke poëzie.
Markant is het te noemen dat juist zij, die elkaar thans het felst
bestrijden, eens zo dicht bij elkander stonden ( ± 2 0 jaar geleden).
Immers, prominente figuren als Michel van der Plas, Bertus Aaf-
jeg en de broer van Bomans verdeden nog niet zo heel lang terug
hun tijd tussen kapel en kloostergang. Dit nu drukt zijn stempel
op hun gehele oeuvre. Zoals wij straks met citaten hopen aan
te tonen. Dat men niet zonder meer kan beweren, dat een dichter,
nog in de rijpingstrijd van zijn dichterschap zich volkomen zou
weten te isoleren van wat eens een belangrijke factor en vormende
waarde voor zijn persoonlijkheid was, is ten overvloede nog eens
aangetoond door Dr Louis Stoopjens O.P. in zijn hier te lande
nog te weinig bekende dissertatie: „Religieuze persoonlijkheids-
vorming in de pubertas praecox", een boek dat wij in ieders hand
zouden wensen en dat wij wel als de Zuidelijke pendant van Wa-
terinks standaardwerk op dit gebied mogen noemen *** Nu gaat -
deze saeculariserende tendenz zich in toenemende mate manifeste-
ren in de rommenle ingewanden van het Roomse geestesleven:
de jonge generatie Dichters.
De poëzie wordt door deze gistende groep gehanteerd als een
moker, die neerdavert op de gewetens van de verontruste clergé *.
De tijd der clericale poëzie als die van Schaepman, Raspoetin,
Gazelle en Prof. Dr Dr A. Stolk is voorbij! Ze heeft plaats ge-
maakt voor de vitale pleidooien van een Aafjes of de op het
scabreuze af verzen van Mien Proost. Over de opstandige sonnetten-
krans „Het Kanon" zwijgen wij maar liever. En nu komt daar
Vrijdagavond j . 1 . het épatante bundeltje: „Journal d'un Cure de
Thomas" van Van Heugter S.J. erbij. Twijfelden wij bij „Meisje,
luister eens" nog tussen Graham Greene en Toon Hermans, thans
is het wel luce clarius, dat de laatste zich van het pseudoniem van
de moderator der K.S.V. Amsterdam bedient om zijn (ondeugende)
theorieën aan de man te brengen.
* G. Solovieo: L'Archiprêtre Avacum et son „Narodnichestivo". Nisjni
Novgorod 1873.
** G. Unamuno: Das tragische Lebensgefuhl, Leipzig 1903.
*** Prof. Dr J. Waterink: „Aan Moeders hand tot Jezus", Wageningen 1947.
* G.: Onrust in de Zedewet, Spectrum 1950
en Thys Booy: Gereformeerden, waarom?. Kampen 1951.
228
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1952
Studentenalmanak | 292 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1952
Studentenalmanak | 292 Pagina's