Studentenalmanak 1952 - pagina 228
de meesten komt daar nog bij de overgang uit de vertrouwde
huiselijke sfeer naar een vreemde omgeving, die dan nog voor
velen gepaard gaat met de verplanting uit een landelijk milieu
naar de groote stad. Wie zich deze situatie goed indenkt of ook uit
eigen verleden herinnert zal er zich voor wachten het doel van
den groentijd in ontreddering te zoeken: het besef van verlorenheid
is in menig geval al aanwezig voordat men ook maar met één
Corpslid een gesprek heeft gevoerd.
Die gesprekken kunnen over van alles en nog wat gaan. Wanneer
een groen stijf en houterig blijkt, zal onwillekeurig de noodzakelijk-
heid van gymnastiek aan de orde komen. Of het echter wenschelijk
is, dat Corpsleden het initiatief tot dergelijke oefeningen nemen?
In ieder geval zal men daarbij overmatige vermoeiing dienen te
vermijden en zeker niet in het nog steeds gangbare „lichamelijk
ontgroenen" mogen vervallen, dat niet verhooging van de lenig-
heid, maar slechts uitputting bewerkt. Anderzijds valt voor het
zgn. „geestelijk" ontgroenen een beperking in de keus van onder-
werpen voor gesprekken moeilijk te geven: mogelijk kwaad schuilt
niet zozeer in het aangesneden onderwerp als wel in de wijze waarop
het wordt aangevat en behandeld. Om twee uitersten te noemen:
een onderhoud over sexueele aangelegenheden kan echt geestelijk
zijn; een over religieuze zaken triviaal of zelfs zondig. Een ieder
kenne hier zijn grenzen!
Juist om de boven aangestipte ongelijkheid vergt het wederzijdsch
verkeer van Corpsleden en groenen een regeling. Zonder een no-
vitiaatsreglement gaat de groentijd zeker mis. Het in haar vastge-
legde dient te zijn de neerslag van het voorafgaand overleg tusschen
de Corpsleden onderling over de positiveersing der normen voor
het optreden van hun organisatie en haar leden ten opzichte van
de straks aankomende novieten. Zulk een regeling dient het positieve
doel van het novitiaat voor oogen te houden, dat uitloopt op het
onderbrengen van de novieten in een hun passend dispuut. In
dit verband acht ik het een goede noot in het leven der tegenwoor-
dige studentengeneratie, dat zij zich ernstig met de regeling van
het patronaat bezig heeft gehouden en voor het reeds decennia
lang sleepend probleem van nihilisme t.o.v. de disputen een
oplossing wist te vinden.
Bij het ontwerpen van een novitiaatsregeling zal men mede reke-
ning dienen te houden met de ervaring bij vroegere gelegenheden
opgedaan. Daarbij bedenke men, dat een studentengeneratie een
uitermate kort leven heeft: zij omspant normaliter niet meer dan
204
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1952
Studentenalmanak | 292 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1952
Studentenalmanak | 292 Pagina's