Studentenalmanak 1952 - pagina 241
huis, waar ze zo trots op zijn, stroomt dat onreine heidense bloed.
Het edelste wat ze hebben voortgebracht, is met dat bloed besmet.
Ook de heidenen hebben aandeel gehad aan de vorming van het
koningshuis, en dit is nog het grootste wonder: de wijze, waarop
dat gaat, werpt geen blaam op het koningshuis; één van de edelste
vertegenwoordigsters van dat heidendom onderwerpt zich aan
Israels God en wordt zo ingelijfd in het uitverkoren volk (zie
C. J. Goslinga, Richteren II, Ruth, K.V., 1938, pag. 123). 7)
Dit alles krijgt te meer reliëf, wanneer we Ruth zien als stam-
moeder van Christus.
Dat, zoals uit het boek Ruth blijkt, Christus ook een niet-Israelie-
tische als stammoeder had, spreekt ons ervan, dat Christus niet
alleen voor de Israëlieten gekomen is.
Maar er is meer. Matth. 1 noemt naast de stamvaders slechts vier
stammoeders, nl. Tamar, Rachab, Ruth, Bathseba. Natuurlijk is dat
niet zonder reden, dat juist deze vier worden genoemd. Nu is
Ruth niet met die andere drie vrouwen op één lijn te stellen: zij
is een vrouw van reinen levenswandel; maar dat neemt toch niet
weg, dat ze stamde uit het onreine Moab. Dat onreine Moabietische
bloed stroomde in Ruths aderen en door Ruth in de aderen van
Christus zelf. Hier krijgt een bijzondere kracht Paulus' woord,
dat Christus gekomen is in een vlees aan dat der zonde gelijk
(Rom. 8 : 3 ; Vert. N.B.G.). Hij schaamt zich niet onreine heidenen
zijn broeders te noemen, ja van onreine heidenen neemt Hij aan
vlees en bloed. En we mogen er aan toevoegen: doordat Hij is
neergedaald in de diepste vernedering, kan Hij Zaligmaker zijn
van de meest onheiligen.
II. We vragen nu aandacht voor een ander facet van de betekenis
van dit boek. Niet zonder reden schrijft Carlebach, a.w., pag. 3 :
„Dat Buch Ruth ist das einzige, das uns einen Einblick in das
I n n e n l e b e n unseres Volkes in seiner klassischen Zeit ge-
währt Hier werden wir Zeugen, wie unsere Väter unter Ein-
fluss und Erziehung der Tora lebten und webten".
Zo kon K. H . Miskotte voor zijn boek over Ruth (1939) als titel
kiezen „Het gewone leven". En Miskotte vindt de mooie uitdruk-
king, dat in het boek Ruth over het gewone leven ligt uitgebreid de
„charme der Thora" (pag. 183).
Het zijn in het bijzonder drie wetsbepalingen, die den gang van
het verhaal schragen, nl. die van het aren-rapen (vgl. Lev. 19 : 9 v.;
23 : 22; Deut. 24 : 19 vv.), die van het lossen (vgl. Lev. 25 : 35 vv.,
217
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1952
Studentenalmanak | 292 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1952
Studentenalmanak | 292 Pagina's