Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1952 - pagina 241

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1952 - pagina 241

2 minuten leestijd

huis, waar ze zo trots op zijn, stroomt dat onreine heidense bloed.

Het edelste wat ze hebben voortgebracht, is met dat bloed besmet.

Ook de heidenen hebben aandeel gehad aan de vorming van het

koningshuis, en dit is nog het grootste wonder: de wijze, waarop

dat gaat, werpt geen blaam op het koningshuis; één van de edelste

vertegenwoordigsters van dat heidendom onderwerpt zich aan

Israels God en wordt zo ingelijfd in het uitverkoren volk (zie

C. J. Goslinga, Richteren II, Ruth, K.V., 1938, pag. 123). 7)

Dit alles krijgt te meer reliëf, wanneer we Ruth zien als stam-

moeder van Christus.

Dat, zoals uit het boek Ruth blijkt, Christus ook een niet-Israelie-

tische als stammoeder had, spreekt ons ervan, dat Christus niet

alleen voor de Israëlieten gekomen is.

Maar er is meer. Matth. 1 noemt naast de stamvaders slechts vier

stammoeders, nl. Tamar, Rachab, Ruth, Bathseba. Natuurlijk is dat

niet zonder reden, dat juist deze vier worden genoemd. Nu is

Ruth niet met die andere drie vrouwen op één lijn te stellen: zij

is een vrouw van reinen levenswandel; maar dat neemt toch niet

weg, dat ze stamde uit het onreine Moab. Dat onreine Moabietische

bloed stroomde in Ruths aderen en door Ruth in de aderen van

Christus zelf. Hier krijgt een bijzondere kracht Paulus' woord,

dat Christus gekomen is in een vlees aan dat der zonde gelijk

(Rom. 8 : 3 ; Vert. N.B.G.). Hij schaamt zich niet onreine heidenen

zijn broeders te noemen, ja van onreine heidenen neemt Hij aan

vlees en bloed. En we mogen er aan toevoegen: doordat Hij is

neergedaald in de diepste vernedering, kan Hij Zaligmaker zijn

van de meest onheiligen.

II. We vragen nu aandacht voor een ander facet van de betekenis

van dit boek. Niet zonder reden schrijft Carlebach, a.w., pag. 3 :

„Dat Buch Ruth ist das einzige, das uns einen Einblick in das

I n n e n l e b e n unseres Volkes in seiner klassischen Zeit ge-

währt Hier werden wir Zeugen, wie unsere Väter unter Ein-

fluss und Erziehung der Tora lebten und webten".

Zo kon K. H . Miskotte voor zijn boek over Ruth (1939) als titel

kiezen „Het gewone leven". En Miskotte vindt de mooie uitdruk-

king, dat in het boek Ruth over het gewone leven ligt uitgebreid de

„charme der Thora" (pag. 183).

Het zijn in het bijzonder drie wetsbepalingen, die den gang van

het verhaal schragen, nl. die van het aren-rapen (vgl. Lev. 19 : 9 v.;

23 : 22; Deut. 24 : 19 vv.), die van het lossen (vgl. Lev. 25 : 35 vv.,

217

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1952

Studentenalmanak | 292 Pagina's

Studentenalmanak 1952 - pagina 241

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1952

Studentenalmanak | 292 Pagina's