Studentenalmanak 1952 - pagina 242
e.a.), die van het leviraatshuwelijk (vgl. Deut. 25 : 5 vv., ook
Gen. 3 8 ) .
We zien in het boek Ruth — en bijna ook alleen hier —, dat deze
bepalingen geen dode letter bleven, maar werden toegepast in
Israel. We zien, welke zegenrijke gevolgen ze hadden: dat het
Ruth goed is te schuilen onder de vleugelen van Israels God, is
middellijkerwij ze vooral te danken aan Israels wetten en aan de
toepassing ervan. Die wetten zijn er immers op uit, het arme te
steunen, het afstervende in stand te houden, het zwakke te
sterken. 8)
Wat vooral van belang is, we zien hier, hoe de wetten werden
toegepast, nl. niet naar de letter alleen, maar naar den geest.
De geest van de wet op het aren-rapen is aan den arme de be-
schaming te besparen. Welnu, daar is Boaz in cap. 2 telkens op
uit: op kiese wijze helpt hij Ruth. Hij wil minder goed schijnen,
dan hij is.
En dat geldt vooral niet minder van de wet over het lossen en van
die over het leviraatshuwelijk. Volgens de letter van de wet waren
„N.N." (4 : 1), noch Boaz, die immers geen van beiden zwagers
van Ruth waren, tot het leviraatshuwelijk verplicht, en waren de
lossings-plicht en de leviraats-plicht niet aan elkaar verbonden.
Maar de geest van deze bepalingen is die van een zeer sterke
solidariteit van het geslacht: er zijn verplichtingen tegen de andere
leden van het geslacht, ook als ze reeds gestorven zijn. 9) En ook
in dezen komt de geest van de wet in Ruth tot gelding. Dat blijkt
in onderdelen. Men zie, hoe telkens met de doden gerekend wordt,
vgl. 1 : 8 , 2 : 20. Men zie, hoe zeer de kinderzegen gewaardeerd
wordt, vgl. 1 : 12 v., 4 : 13 vv. l**) Maar het blijkt vooral in
4 : 1 vv. Het wordt beseft, dat volgens den geest van de wet in
dit geval de verplichting tot het leviraatshuwelijk en die tot het
lossen aan elkaar verbonden zijn: alleen door die verbinding wordt
aan Ruth en aan het geslacht van Elimelech hulp geboden. En
Boaz, hoewel hij geen zwager van Ruth is, neemt beide verplichtin-
gen op zich. 11)
Zo leert het boek Ruth ons, hoe de wet tot uitvoering moet worden
gebracht. In dit verband maakt Carlebach zeer waardevolle op-
merkingen: „Die biblische Satzung ist gewissermassen nur eine
Minimalforderung" (a.w., pag. 6 ) ; „Das Gesetz ist nur der Lehr-
meister, der Richtungsweiser, der feinfühlig für die Not des Lebens
macht" (pag. 7 ) . 12)
Ook hierbij moeten we over het Messiaanse perspectief spreken. 13)
218
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1952
Studentenalmanak | 292 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1952
Studentenalmanak | 292 Pagina's