Studentenalmanak 1952 - pagina 250
1908 Gebrugde riolen en straatpetevaars
Schuitenvervoerders en aartskronkelaars
Drie kwart met water en 't restje met slijk
Ziedaar de grachten in d' hoofdstad van 't rijk. Alex.
1910 En het huis had een wijle weerklonken van het gewee-
klach der weenenden, van het gesnik der krijtende vrou-
wen want o, moederoog ziet scherp!
Want nu pas worden ze gewaar, hoe lief ze haar
hadden
1917 Hoog vorstelijke sterren bedekten teederlijk de bleeke lucht
van verre voordat nachts luister komt.
1920 Een jaar is weer verstreken en wij maken ons op om te
gedenken de verledene werkelijkheid. Welk een mysterie ligt
er eigenlijk in dit begrip, welk een onuitputtelijke rijkdom!
En hoe nauw en beperkt is toch ons bewustzijn tegenover
de mateloze weelde van gebeuren, die in dit tijdsverloop
was vervat!
1924 Wanneer men zich eens de moeite getroost, in den
groentijd aan ieder groen te vragen, of hij misschien een of
ander instrument bespeelt, dan is het bijna stereotype ant-
woord: „Een beetje orgel, mijnheer"
1933 Mannekeel kan brokken bergen,
manestem kan beev'rig doen,
mannelippen kunnen trillen
in een eerste voorjaarszoen.
226
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1952
Studentenalmanak | 292 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1952
Studentenalmanak | 292 Pagina's