Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1952 - pagina 227

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1952 - pagina 227

2 minuten leestijd

collega. Daarentegen vergt de regeling van het gezelligheidsleven

i verleg en samenwerking.

Dit laatste in het oog te houden is niet slechts voor den groentijd

van belang. Ook de organisatie van een gewoon soosfestijn is tot

mislukking gedoemd wanneer men het welslagen van zulk een

avond uitsluitend afhankelijk stelt van inval of improvisatie. Vroe-

gere studentengeneraties wisten dit en praepareerden weken van

te voren de organisatie van een „gezelligheidsvergadering". Tegen-

woordig verwaarloost men dezen regel nog al eens. Vestigt men

hierop de aandacht, dan verneemt men niet zelden, dat het leven

voor een dergelijk voorbereidend contact te druk is. In meer dan

één geval waag ik de juistheid dezer bewering te betwijfelen.

Daar waar zij opgaat, concludeere men, dat het dan beter is een

feest minder te beleggen, dan zichzelf en zijn gasten te wagen aan

de gevaren en de desillusie van een samenzijn zonder behoorlijk

verzorgd programma.

Voor den novitiaatstijd komt daar nog iets bij: de verhouding

van de Corpsleden tot de novieten. Bij den term „groentijd" wil

ik hier niet lang stilstaan: de vraag is slechts wat men onder

het woord verstaat. De onderscheiding „groentijd" en „kennis-

making op voet van gelijkheid" als een dilemma voor de ontvangst

van alle aankomenden te zien schijnt me niet juist: de aankomende

is als zoodanig niet de gelijke van den ander, maar iemand, die het

lidmaatschap van het Corps ambieert, dat zich zijnerzijds het recht

dient voor te behouden hem niet op te nemen.

Er bestaat dus bij den aanvang van den groentijd een ongelijkheid

tusschen Corpsleden en novieten. Deze ongelijkheid is echter een

beperkte: zij raakt uitsluitend beider tijdelijke verhouding tot het

Corps; in andere opzichten kan een noviet, vergeleken met zijn

ontgroener, verre diens meerdere zijn!

Ook afgezien daarvan is de ongelijkheid van Corpsleden en novie-

ten van dien aard, dat eerstbedoelden jegens de pas aankomenden

niet slechts rechten, maar ook plichten hebben. Op de eerste be-

hoef ik hier niet in te gaan: belangrijker zijn in dit verband de

plichten. Zij raken de opleiding tot het Corpslidmaatschap. Ont-

groenen is dus een opvoedend werk!

Nu betreft de opvoeding den geheelen mensch. Maar men bedenke,

dat de opvoedende taak van het Corpslid in den novitiaatstijd

een zeer beperkt doel heeft. Bovendien valt deze tijd voor de

novieten in een zeer bewogen periode. Allen maken in deze weken

den sprong van H.B.S. of Gymnasium naar de Universiteit. Voor

203

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1952

Studentenalmanak | 292 Pagina's

Studentenalmanak 1952 - pagina 227

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1952

Studentenalmanak | 292 Pagina's