Studentenalmanak 1952 - pagina 227
collega. Daarentegen vergt de regeling van het gezelligheidsleven
i verleg en samenwerking.
Dit laatste in het oog te houden is niet slechts voor den groentijd
van belang. Ook de organisatie van een gewoon soosfestijn is tot
mislukking gedoemd wanneer men het welslagen van zulk een
avond uitsluitend afhankelijk stelt van inval of improvisatie. Vroe-
gere studentengeneraties wisten dit en praepareerden weken van
te voren de organisatie van een „gezelligheidsvergadering". Tegen-
woordig verwaarloost men dezen regel nog al eens. Vestigt men
hierop de aandacht, dan verneemt men niet zelden, dat het leven
voor een dergelijk voorbereidend contact te druk is. In meer dan
één geval waag ik de juistheid dezer bewering te betwijfelen.
Daar waar zij opgaat, concludeere men, dat het dan beter is een
feest minder te beleggen, dan zichzelf en zijn gasten te wagen aan
de gevaren en de desillusie van een samenzijn zonder behoorlijk
verzorgd programma.
Voor den novitiaatstijd komt daar nog iets bij: de verhouding
van de Corpsleden tot de novieten. Bij den term „groentijd" wil
ik hier niet lang stilstaan: de vraag is slechts wat men onder
het woord verstaat. De onderscheiding „groentijd" en „kennis-
making op voet van gelijkheid" als een dilemma voor de ontvangst
van alle aankomenden te zien schijnt me niet juist: de aankomende
is als zoodanig niet de gelijke van den ander, maar iemand, die het
lidmaatschap van het Corps ambieert, dat zich zijnerzijds het recht
dient voor te behouden hem niet op te nemen.
Er bestaat dus bij den aanvang van den groentijd een ongelijkheid
tusschen Corpsleden en novieten. Deze ongelijkheid is echter een
beperkte: zij raakt uitsluitend beider tijdelijke verhouding tot het
Corps; in andere opzichten kan een noviet, vergeleken met zijn
ontgroener, verre diens meerdere zijn!
Ook afgezien daarvan is de ongelijkheid van Corpsleden en novie-
ten van dien aard, dat eerstbedoelden jegens de pas aankomenden
niet slechts rechten, maar ook plichten hebben. Op de eerste be-
hoef ik hier niet in te gaan: belangrijker zijn in dit verband de
plichten. Zij raken de opleiding tot het Corpslidmaatschap. Ont-
groenen is dus een opvoedend werk!
Nu betreft de opvoeding den geheelen mensch. Maar men bedenke,
dat de opvoedende taak van het Corpslid in den novitiaatstijd
een zeer beperkt doel heeft. Bovendien valt deze tijd voor de
novieten in een zeer bewogen periode. Allen maken in deze weken
den sprong van H.B.S. of Gymnasium naar de Universiteit. Voor
203
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1952
Studentenalmanak | 292 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1952
Studentenalmanak | 292 Pagina's