Studentenalmanak 1952 - pagina 226
DE NORMEN VOOR HET NOVITIAAT.
dooT Prof. Dr D. H. Th. Vollenhoven.
De Redactie van den Almanak verzocht me een kleine bijdrage
voor haar rubriek Mengelwerk. Me geheel vrijlatend in de keus
van onderwerp, vestigde zij intusschen mijn aandacht op de
quaestie der normen voor den groentijd.
Aan haar verzoek wil ik gaarne voldoen. En ook de suggestie
inzake het onderwerp leek me niet ongeschikt.
Wat volgt houdt dus verband met het novitiaat. Het beoogt
intusschen niet een bespreking van dit instituut zooals het reilt
en zeilt. Daarom blijven hier de misstanden en de klachten tot welke
zij aanleiding gaven onbesproken: daargelaten de vraag, of men
zonder misverstand te wekken op het oogenblik over beide schrijven
kan, komt het me niet gewenscht voor me over deze punten uit
te laten terwijl zij aanhangig zijn. Het eenige punt, hier aan de
orde, zijn de normen voor den groentijd.
Normen zijn wetten Gods. Ook zij zijn gesteld door Hem, Die als
Souverein gebiedt wat Hij wil, maar krachtens Zijn trouw Zijn
eens gegeven bevelen niet wijzigt. Van de overige wetten, soms
„natuurwetten" genoemd, verschillen de normen door hare moda-
liteit. En daar zij voor het boven-psychische gelden, verschillen
zij niet slechts, qua wet, van het haar onderworpene, maar onder-
stellen zij tevens, dat dit verschil door het correlate subject wordt
opgemerkt. Vandaar dat in het genormeerde leven van bewuste
gehoorzaamheid en ongehoorzaamheid sprake is. Voor de normen
in quaestie komt hier nog iets bij: zij gelden voor het gemeen-
schapsleven en impliceeren dus positiveering door het daarvoor
bevoegde gezagsorgaan.
Ook het studentenleven is aan zulke normen onderworpen. De
opvatting, dat het anders zou zijn, mag niet eens „verouderd"
heeten: zij is zonder meer pagaan; verouderd is slechts de visie,
dat het studentenleven buiten de maatschappij zou staan.
De wet vergt van het studentenleven een eigen positiveering. Maar
deze is slechts toespitsing van de voor allen geldende wet op een
bijzondere groep en op haar leden.
Of hier het accent op het collectieve dan wel op het individueele
valt, hangt mede af van de vraag, welke activiteit aan de orde
is. Een tot in détails tredende indeeling van de dagtaak zal door
ieder goeddeels door zichzelf moeten worden opgemaakt: een werk-
student heeft hier veel beperkter mogelijkheden dan zijn full-time
202
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1952
Studentenalmanak | 292 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1952
Studentenalmanak | 292 Pagina's