Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1952 - pagina 226

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1952 - pagina 226

2 minuten leestijd

DE NORMEN VOOR HET NOVITIAAT.

dooT Prof. Dr D. H. Th. Vollenhoven.

De Redactie van den Almanak verzocht me een kleine bijdrage

voor haar rubriek Mengelwerk. Me geheel vrijlatend in de keus

van onderwerp, vestigde zij intusschen mijn aandacht op de

quaestie der normen voor den groentijd.

Aan haar verzoek wil ik gaarne voldoen. En ook de suggestie

inzake het onderwerp leek me niet ongeschikt.

Wat volgt houdt dus verband met het novitiaat. Het beoogt

intusschen niet een bespreking van dit instituut zooals het reilt

en zeilt. Daarom blijven hier de misstanden en de klachten tot welke

zij aanleiding gaven onbesproken: daargelaten de vraag, of men

zonder misverstand te wekken op het oogenblik over beide schrijven

kan, komt het me niet gewenscht voor me over deze punten uit

te laten terwijl zij aanhangig zijn. Het eenige punt, hier aan de

orde, zijn de normen voor den groentijd.

Normen zijn wetten Gods. Ook zij zijn gesteld door Hem, Die als

Souverein gebiedt wat Hij wil, maar krachtens Zijn trouw Zijn

eens gegeven bevelen niet wijzigt. Van de overige wetten, soms

„natuurwetten" genoemd, verschillen de normen door hare moda-

liteit. En daar zij voor het boven-psychische gelden, verschillen

zij niet slechts, qua wet, van het haar onderworpene, maar onder-

stellen zij tevens, dat dit verschil door het correlate subject wordt

opgemerkt. Vandaar dat in het genormeerde leven van bewuste

gehoorzaamheid en ongehoorzaamheid sprake is. Voor de normen

in quaestie komt hier nog iets bij: zij gelden voor het gemeen-

schapsleven en impliceeren dus positiveering door het daarvoor

bevoegde gezagsorgaan.

Ook het studentenleven is aan zulke normen onderworpen. De

opvatting, dat het anders zou zijn, mag niet eens „verouderd"

heeten: zij is zonder meer pagaan; verouderd is slechts de visie,

dat het studentenleven buiten de maatschappij zou staan.

De wet vergt van het studentenleven een eigen positiveering. Maar

deze is slechts toespitsing van de voor allen geldende wet op een

bijzondere groep en op haar leden.

Of hier het accent op het collectieve dan wel op het individueele

valt, hangt mede af van de vraag, welke activiteit aan de orde

is. Een tot in détails tredende indeeling van de dagtaak zal door

ieder goeddeels door zichzelf moeten worden opgemaakt: een werk-

student heeft hier veel beperkter mogelijkheden dan zijn full-time

202

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1952

Studentenalmanak | 292 Pagina's

Studentenalmanak 1952 - pagina 226

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1952

Studentenalmanak | 292 Pagina's