Studentenalmanak 1952 - pagina 263
De blauwe lijnen overtekenen de grijze —
ons overkomt het mateloze van de avondval —
koeklokjes zingen oude Alpenwijzen;
de wereld schijnt van voor de zondeval.
Riviera
Maria Pia, kan ik ooit voluit vertellen
van je lieve toverlach —
van lipjes, die de minne spellen —
van heupen, die men wiegen zag?
O, konden eenmaal nog de grijze vlammen van je ogen
binnen mijn blikveld raadselflirten gaan, —
het hield mijn bloed met koorts bewogen
binnen zijn donk're lichaamsbaan.
O kleine Milanese met je Venusborsten
de sterren zullen verre staan.
De hemellichten die zich met je meten dorsten
zullen geslagen verder gaan.
Roes
Wijn, waarom wiek je zo weloverwogen
onder de haren in mijn schedelkast,
dat ik de signorina's wil beogen?
Er is een zwierbol in mijn huid te gast.
En in extase knippen zeemeerminnen
de legkaart van hun leven uit —
ik treed de groene zalen binnen
achter de doffe spiegelruit.
En achter deze doffe ruiten
is gans de nacht chianti-wijn.
We staan een wijsje van de Po te fluiten
alsof we er geboren zijn.
H. V. B.
239
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1952
Studentenalmanak | 292 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1952
Studentenalmanak | 292 Pagina's