Studentenalmanak 1952 - pagina 243
Er wordt tegenwoordig levendig gediscussieerd over de vraag,
inhoeverre over Oudtestamentische typen van den Messias te spre-
ken valt, en wat met deze vraag samenhangt. Als een bescheiden
bijdrage tot die discussie diene het volgende. We zouden willen
zeggen: in het gemeenschapsleven van Israel, zoals dat door de
Tora werd gevormd, wierp Christus zijn schaduwen vooruit. Van
den Messias-koning wordt geprofeteerd: „Hij zal den arme redden,
die om hulp roept, en den ellendige, en dengene, die geen helper
heeft" (Ps. 72 : 12; Vert. N.B.G.). Het boek Ruth laat ons zien:
de „ware" Israëliet, hij, die zijn leven door de Tora laat vormen,
wordt in dezen een voorafschaduwing van den komenden Christus.
S. G. de Graaf, Verbands geschiedenis, I^, 1935, pag. 354-359, is
van oordeel, dat Boaz in tweeërlei zin type van Christus is:
„zooals door Boaz, den losser, de naam en de plaats van Elimelech
en zijn geslacht in Israël bewaard werd, zoo herstelt Christus den
naam der Zijnen in eeuwigheid en geeft Hij hun een eeuwig erf-
deel". Goslinga, a.w., pag. 125, betuigt zijn instemming hiermee,
en schrijft ook nog: „We zien hier Boaz, den losser, die de arme
Ruth tot zich opheft en verrijkt, duidelijk optreden als voorbeeld
van den Zaligmaker, die zijn (in zichzelf onwaardige) gemeente
tot zijn bruid maakt en haar in elk harer leden met zijn genade-
schatten begiftigt". O.i. is het onvoldoende gemotiveerd, met Gos-
linga in (de onwaardige) Ruth een type van Christus' bruid te
zien, en werkt de Graaf de parallellie tussen Christus en Boaz
te ver uit, door speciaal te spreken van het bewaren van den naam
en van het bewaren van het erfdeel. Boaz is o.i. type van Christus,
omdat hij het „recht" der armen, der hulpbehoevenden gelden
doet. En daarbij zouden we er allen nadruk op willen laten vallen,
dat Boaz zo handelt, niet omdat hij zulke edele karaktereigenschap-
pen heeft, maar omdat hij zijn leven laat bepalen door de Tora.
De Tora, zo kunnen we zeggen, moet dienen om uit Israel een
passend rijksgebied voor den komenden Messias te vormen. En
als vanzelf dringt zich dan deze toevoeging o p : wanneer reeds in
degenen, die vóór Hem waren, zich moest aftekenen de gestalte
van den komenden Christus, hoe veel te meer moet dit dan ge-
beuren in hen, die na Hem komen; de geest, die uit deze wetten
spreekt, de geest van barmhartigheid, ontferming, mededogen, moet
ook nu Christus' volk vervullen.
Nog één opmerking over het Messiaanse perspectief in dezen. De
bedoeling van de wetten van het lossen en van het leviraatshuwe-
lijk was te voorkomen, dat een geslacht uit Israel zou uitvallen.
219
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1952
Studentenalmanak | 292 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1952
Studentenalmanak | 292 Pagina's