Studentenalmanak 1952 - pagina 245
En dan zien we hier verschillende aspecten van de goddelijke
voorzienigheid.
God geeft na lijden verblijden. Ruth verkeert eerst in Bethlehem
als een bedelende weduwe, wordt een gelukkige vrouw en moeder.
Naomi, die in 1 : 20 „Mara" wil genoemd worden, zien we aan
het slot met een kleinkind op den schoot. We kunnen hierbij ver
wijzen naar een uitspraak als die van Ps. 30 : 6 en naar den gang
der geschiedenis in het boek Job.
De Here is de Beschermer van de weduwen, in het algemeen van
hen, die geen helper hebben, vgl. Ps. 68 : 6 v., en vele andere
plaatsen.
De Here zorgt voor hen, die in zijn wegen gaan: Ruth krijgt een
goeden man, Boaz een bekoorlijke en flinke vrouw, zij ontvangen
den kinderzegen. In hoeverre moet hier van een loon op edele
daden gesproken worden? Moet hier van een loon gesproken wor
den, dat zij zich hebben waardig gemaakt? i8) Het antwoord, dat
iemand op deze vragen geeft, zal afhangen van heel den kijk, dien
hij op het Oude Testament heeft. In dit verband is het niet van
belang ontbloot er op te letten, dat het boek Ruth niet de natuur
lijke goedheid van den mens leert 19), maar integendeel van de
zwakheid van den mens blijkt te weten; zie het boven opgemerkte
over 1 : 1—4 en over Naomi, en denk voorts aan het gedrag van
Orpa, aan Boaz' knechten (het is nodig, dat Boaz hun uitdrukkelijk
verbiedt Ruth lastig te vallen, 2 : 9 ) , aan het optreden van „N.N."
Dit is bij dit alles overduidelijk, dat hier niet een vaag, algemeen
voorzienigheidsgeloof wordt gepredikt: Jahwe zorgt voor zijn volk
en voor hen, die onder zijn vleugelen toevlucht zoeken.
Ook hier mogen we wel weer nog een stap verder gaan en zeggen,
dat de voorzienigheid in het boek Ruth Messiaans bepaald i s :
daartoe doet Jahwe Ruth op Boaz' akkerveld terechtkomen, opdat
ze stammoeder van David, van den Messias zal worden. Het leven
van de hoofdpersonen van het boek wordt opgenomen in den bouw
van het Davidische koningshuis, van het Messiaanse geslacht.
') Op andere gronden en in anderen zin bestrijden auteurs als Gunkel,
Gressmann, Pfeiffer e.a., dat het boek een tendens heeft. Zo schrijft H. Gress
mann, Schriften des Alten T estamentes, P , 2, 1921, pag. 279: „Der Erzähler
will nichts weiter als erzählen und ergötzen, und empfängliche Herzen werden
sich noch heute der Schönheit dieser vom zarten Duft der Poesie umflossenen
Sage freuen". R. H. Pfeiffer, Introduction to the Old T estament^, 1948,
pag. 717719, spreekt van een „short story": „he simply set out to tell an
interesting tale of long ago, and he carried out his purpose with notable
success".
221
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1952
Studentenalmanak | 292 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1952
Studentenalmanak | 292 Pagina's