Studentenalmanak 1953 - pagina 268
Ik was de laatste van de velen
en voelde de mystieke band,
die mij saambond met deez' eed'le
slanke vrouwen-moordenaarshand.
Ze heeft toen op een stille Maandagavond,
zo tussen vieren en half zes,
mij ook ontstoken aan de vuurmond
van een stinkende benzinefles.
Ze is toen wat gaan wand'len
langs de grachten van de stad;
ik kroop langs haar longen en amand'len
als in een aetherisch bad.
Toen heb ik besloten,
zoals dat hoort bij ons geslacht
Mijn staart en lichaam te vermoten
in een ongekende kracht.
Ik heb mij zelf geworpen
op het mij verblindend vuur:
in een symphonic Jan de Heer en Worp en
hatend deze mensendictatuur.
Ik heb mijzelf een rookgewaad gemeten,
om zo te stikken in haar long
en toen 'k terugkwam heb 'k geweten,
dat 'k mijn symphonic voor niets verzong.
Mijn rook is nu vervlogen.
Mijn hoofd is zonder romp.
Mijn kruin is nu omtogen,
als een roze lipstick-stomp.
Maar zonder roem ben 'k niet gevallen:
ik vocht tot aan mijn nek en aan mijn kin,
want ik had twee stoere kakenwallen
waardoor het vuur niet ging.
Ik brandde toen de vrouwenmoordenaarvinger
ik berstte vuur ik spuwde rook,
die als een vicieuze slinger
door haar lichaam kroop.
De laatste strijd is toen gestreden
in het water van de gracht waarlangs zij liep.
Ik had mij in een cirkelboog ontstreden
aan de jonkvrouw met de cigarettengriep.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953
Studentenalmanak | 308 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953
Studentenalmanak | 308 Pagina's