Studentenalmanak 1953 - pagina 261
eenzetting gewenst zou zijn. Maar „het bestek van dit opstel", zoals
het dan heet, laat dit niet toe. Of, zoals eens iemand zei: „Ik zou U
eerst zes weken college moeten geven, voor U ook maar weet, waar-
over ik het heb".
Geachte lezer, hoezeer wij het betreuren, dat in de nedergang der
cultuur als resultaat van slaphartige wetgeving ook de zgn. „habe-
essor" toegang tot de academie heeft gekregen, het stemt tot vreug-
de, dat tot nu in de senaat deze bij na-mens slechts bij hoge uitzonde-
ring heeft weten door te dringen en met deze ook nog tot de In-
leiding behorende opmerking ga ik over tot het
HOOFDSTUK.
Allereerst zij het mij toegestaan voor U te schilderen het droevig
beeld van de zgn. „bedanker". Gij en ik zouden willen, dat wij deze
met enkele vernietigende woorden konden afdoen (en gij weet, hoe-
zeer woorden kunnen wonden) maar hij is te hardnekkig en te fre-
quent in ons Corpsbestel, dan dat wij daarmee volstaan konden.
Er zijn (o, tempora, o, mores) drie soorten bedankers, waarvan twee
van minder belang en één van groot nadeel voor de goede naam van
de Senaat.
De eerste bedanker is hij, die, komend van een klein gehucht ten
plattelande, sinds de aanvang van zijn studie in groot aanzien is
gekomen bij de notabelen van zijn dorp. De dokter (S.S.R.) zegt:
„Bonjour, amice" tegen hem en de dominee blijkt een dispuutgenoot
van hem te zijn, waaraan hij het recht ontleent om deze in intieme
kring „Lammert" te noemen.
Sprekend over de senaatsverkiezingen heeft hij gezegd, dat hij geen
slechte kans zou maken, „als hij dat wou".
Tijdens de voorbespre-kingen laat hij zich ter sociëteit ontvallen, dat
hij zich wel beschikbaar wil stellen, „eventueel".
Hij leeft een tijd lang in een soort grootheidsroes, hij durft zelfs een
keer „hédaar" te roepen, heel hard (maar toen iedereen omkeek,
schrompelde hij ineen) en hij wordt gekozen, als tegen-
candidaat.
Dan tuimelt hij op aarde terug en schrikt terug voor de gevolgen
van zijn daad. Aangezien hij een man zonder verbeeldingskracht of
allure is, ziet hij er geen heil in, het Corps een jaar te dienen, of ook
maar de voordelen ervan te plukken.
Wat doet hij nu ? Hij bedankt, de lafaard.
255
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953
Studentenalmanak | 308 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953
Studentenalmanak | 308 Pagina's