Studentenalmanak 1953 - pagina 262
Tegen zijn kleinkinderen zal hij nog vertellen, dat hij in de Senaat
gekozen werd.
Overigens is ieder achteraf blij, dat hij bedankte, want zijn college-
dictaten zijn volledig en hij is een vreugde voor zijn ouders.
Het is geen ongeschikte vent; anders was hij niet gekozen. Maar hij
is toch geen senator in de klassieke betekenis van het woord.
Gelukkig worden hem de eretitel van „oud-scnator" en het daarbij
behorende déchargelint onthouden.
De „bedankers" van de tweede soort zijn wel niet onze verachting
waard, vanwege het edele hunner motieven, maar zij verdienen toch
een zeker misprijzen, omdat zij de belangen van verenigingen en
d u b b e n hoger stellen dan die van het Corps. Zij worden praeses van
de C.S.B, of van een buurtvereniging.
Goed, laat hen gaan. Zij verrichten nuttig werk en staan bij het volk
in de gunst. En wat wilt ge meer? Ook hun worden lint en titel niet
toegekend, gelukkig.
Eerst de „bedankers" van de derde soort zijn het, die, ondanks hun
gebrek aan verdiensten, en de wijze, waarop zij het afleggen, een lint
en de daaraan verbonden titel in de wacht slepen.
Het zijn degenen, die, uit ijdelheid, om eer of om gewin, zich tot
senator opwerken, het ambt enige tijd waarnemen, en dan plotseling,
midden in het jaar, bedanken, met een beroep op de studie, alsof de
senatuur niet tot de studie behoorde, of op familieomstandigheden-
Zij schamen zich zozeer voor de opgegeven redenen, dat op de
Corpsvergadering wordt volstaan met de vage aanduiding, „dat de
redenen den Senaat genoegzaam voorgekomen zijn". De Corpsleden,
het detestabele van zulk een gedrag direct aanvoelend, dringen er
dan ook nooit op aan, dat de betrokkene zijn functie zal blijven
bekleden en vergenoegen zich meestal met een veelbetekenend grin-
neken, snuiven of mompelen, zoals alleen Corpsvergaderingen dat
kunnen: Cum tacent, clamant.
Van deze lieden zou ik willen, dat hun lint en titel onthouden wer-
den, ja, dat zij van de lijst der corpsleden verwijderd werden onder
de motivering, dat zij wegens zwakheid van karakter en omdat zij
de eer en de waardigheid van den Senaat schade hebben toegebracht,
niet langer bekwaam geacht mogen worden „het corpslidmaatschap"
te „bekleden".
Hierbij laat ik buiten beschouwing de enkelen, die werkelijk door
overmacht gedwongen zijn heen te gaan.
Het is mijn wens, dat het gilde der „bedankers" weldra met wortel
en tak uitgeroeid moge zijn, tot meerdere bloei van het Corps.
256
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953
Studentenalmanak | 308 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953
Studentenalmanak | 308 Pagina's