Studentenalmanak 1953 - pagina 136
Die is er in formele zin sedert in 1949 de notariële acte is gepas-
seerd van de „Stichting Civitas Raad Vrije Universiteit". Hierdoor
heeft dan om zo te zeggen ons aller gevoel van verbonden te zijn een
lichaam gekregen en ons gemeenschappelijk belang een stem.
Directeuren van de Vereniging voor Hoger Onderwijs op Gerefor-
meerde Grondslag vertegenwoordigen het zakelijke, materiële be-
staan van de Universiteit. In de Academische Senaat zien we persoon
geworden haar wetenschappelijke leven. Ook de student als hij zegt:
„de Universiteit, dat ben ik" heeft in bepaalde gevallen terecht die
pretentie. De Civitas Raad is niet gekomen om ook maar iets van
deze of van een der andere aan de Universiteit bestaande machten
en glanzen teniet te doen, maar om die alle te vatten in het zinvolle
verband. Hij heeft als vast uitgangspunt de erkenning van alle be-
staande competenties. Met wat op het Academisch terrein daar nog
buiten valt, bemoeit hij zich uit eigen beweging, voor het overige
staat hij er slechts als jongste bediende in de winkel.
Een zo bescheiden mens moet bruikbaar blijken. En zo is het ook
geweest. In talloze gevallen heeft de Raad geadviseerd en bemid-
deld, aanhangig gemaakt en bevorderd. Door haar inkomsten (die
door de Gives verschaft moesten worden, maar in feite bijna geheel
van de Vereniging afkomstig zijn) is hij bovendien in staat om te
subsidiëren of voor eigen rekening uit te voeren wat zijn doelstel-
lingen dient.
Zal er een Givitas Academica zijn?
Wij hebben een woord voor de afgestudeerden: Het zou bedenkelijk
zijn indien zij in al te sterke moederbinding aan de Alma Mater
buiten haar niemand kenden. Maar het is minstens evenzeer beden-
kelijk indien U na uw studie nooit meer aan haar denkt. De civitas
heeft recht op Uw attentie, b.v. als U de jaarlijkse contributie op
haar rekening overmaakt, of als U het besluit uitvoert om de Givi-
tasdagen bij te gaan wonen.
Wat de studenten betreft, het is bekend dat de huidige generaties het
moeilijk hebben. Het Gorps wekt niet bijster veel geestdrift maar in
't algemeen ontbreekt het aan gloed en vaart, fantasie en initiatief.
Gebrek aan tijd zegt men, gebrek aan geld, gebrek aan traditie. Voeg
er gerust aan toe: gebrek aan animo. Indien de studenten aan de
gemeenschappelijke idealen van de eigen groep niet vorm en leiding
geven, staan de kansen voor de grotere gemeenschap slecht. Ver-
wacht het niet van anderen maar in de eerste plaats van Uzelf.
G. A. V. S.
130
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953
Studentenalmanak | 308 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953
Studentenalmanak | 308 Pagina's