Studentenalmanak 1953 - pagina 165
JAARVERSLAG VAN DE SOCIËTEIT
„L.A.N.X."
Dat op een studentensociëteit de wel-levendheid (in de meest letter-
lijke zin des woords) één van de belangrijkste factoren is, begint
in de laatste jaren steeds minder bekendheid te genieten.
Het is duidelijk wat ik onder wel-levendheid op een studenten-
sociëteit versta, n.l. dat ieder corpslid zo doordrongen is van
de waarde der mores, dat op de Sociëteit een stijl merkbaar en
voelbaar is, die de niet-student niet begrijpt.
Het is ongeveer 400 jaar geleden dat Coornhert over het wei-leven,
de wellevenskunste, schreef: „Het leven is menschen en dieren aan-
geboren, maar alleen de mensch, die met rede begaafd is, kan de
kunst om wel te leven leren. Het meerendeel der menschen leeft in
drukkend verdriet: het mist de kennis van de middelen, die voor
wei-leven noodig zijn."
En zoals het leven mensen en dieren is aangeboren, evenzeer is het
een vaststaand feit, dat telkenjare op Lanx weer nieuwe corpsleden
worden geboren. Met veel pijn worden deze foeten mens gemaakt.
Corpslid gemaakt. Maar zoals alleen de mens, die met rede be-
begaafd is, de kunst om wel te leven kan leren evenzo moet men met
rede begaafd zijn om de „sociëteitswellevenskunste" te kunnen
leren. Slechts die corpsleden kunnen goede sociëteitsleden worden,
die zich trachten eigen te maken, wat mijn voorganger in zijn
jaarverslag noemde de „ Esprit de Société".
En zoals het merendeel der mensen leeft in onwetendheid omtrent
de middelen, die voor welleven nodig zijn, zo leven vele corpsleden
in onwetendheid, hoe het welleven op Lanx te leren. Hier vloeit
uit voort: een onwetendheid omtrent de rijkdom, die onze Sociëteit
te bieden heeft, een onwetendheid omtrent de pijn die zij de „wel-
levenskunstenaars" van onze Sociëteit door hun gedrag aandoen.
Want al moge de vaste kern van sociëteitsbezoekers op Lanx groter
zijn dan op de andere studentensociëteiten in Amsterdam, nog meer
studenten zijn door hun corpslidmaatschap in staat van deze zijde
van 't studentenleven te genieten, wanneer zij de wellevenskunste
verstonden. Over diegenen, die nimmer of sporadisch de Sociëteit
bezoeken en dus willens en wetens van deze mogelijkheden van
het studentenleven geen gebruik maken, wil ik geheel zwijgen.
Door de betaling van hun corpscontributie stellen zij anderen in
de gelegenheid hier te meer gebruik van te maken.
Wat deze „Esprit de Société" inhoudt is in een jaarverslag onmoge-
155
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953
Studentenalmanak | 308 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953
Studentenalmanak | 308 Pagina's