Studentenalmanak 1953 - pagina 231
Iemand komt inmiddels niet dadelijk bij de oecumenische opdracht
der kerk in Nederland uit, omdat er, van de aanvang af, kleiner
en groter voetangels en klemmen onder de ogenschijnlijk malse
kerkelijke klaver verscholen liggen, die het gaan belemmeren. De
meeste protestanten toch zullen het er wel over eens zijn, dat een
kerk in de eerste plaats het Woord predikt, de sacramenten be-
dient, op allerhande manier de gemeenschap der heiligen oefent, de
zielszorg behartigt. Reeds hier openbaren zich moeilijkheden. Merk-
waardig is, dat de preek — ik laat in het midden dat een enkele
predikant het preken in het minst niet lastig vindt — de gemeente
onvoldoende leidt, maar dat het kerkelijk lijfblad, of ook de
mening der kerkelijke groep waartoe men behoort, dit doen. In
ieder geval daalt de invloed van de Woordverkondiging, iets wat de
reformatorische eredienst in het hart aantast. Bij het sacrament van
het Avondmaal maakt wekelijkse of maandelijkse viering wel enig
verschil en betekent het zeer veel, of er nieuwere beschouwingen
— volgens de een terugvoerend naar de oude christenheid, volgens
de ander tot het rooms-katholicisme leidend — worden voorge-
dragen. Althans is zeker dat de jongere sacramentstheologie wijde
gevolgen zal moeten hebben. Inzake de geestelijke verzorging rijst
de bijkomstige vraag, of men als regel zozeer op ambtelijk charis-
ma mag vertrouwen, dat een slager een gepensionneerd Indisch
resident met zijn ambtelijke bearbeiding omvangen houdt, en is
uiterst gewichtig het benauwende probleem, hoe de kerk in het
volksleven zal blijven wortelen. Hier kan — het is weer een klei-
nigheid — op de werfkracht worden afgedongen van kerkelijke
figuren, die óf alle maatschappelijke nood geringschattend voor-
bijgaan, óf bezit nagenoeg tot diefstal verklaren, en vraagt daaren-
tegen de mogelijkheid van een sterk uitgebreide diaconale arbeid
met veelvuldig optreden der vrouw, als bizonder belangrijk, om
gezette overweging.
Juist wie de oecumenische opdracht niet voor het een en het al
houdt, kan zich hoeden voor de verleiding, om, sprekend over de
wereldkerk, alle werkelijkheidszin te verliezen. Niets is eenvoudiger
dan om met verrukkelijk gemak van de grote christelijke kerk-
typen te spreken: het Oosterse, dat de vroomheid en ongewapend-
heid van de oudste christenen tegenover de wereld bewaarde, dat
de aanbidding kent als geen andere, het verzonken raken in de on-
uitsprekelijke tegenwoordigheid Gods, die het bestaan in dit
jammerdal te dragen maakt; het rooms-katholieke, dat zich onder
de ex-cathedra onfeilbaar sprekende plaatsvervanger van Christus
219
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953
Studentenalmanak | 308 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953
Studentenalmanak | 308 Pagina's