Studentenalmanak 1953 - pagina 270
ANIMAAL.
I
Een lam, dat op een blijde dag
het lieve levenslicht aanzag,
sprak tot zijn Moeder, omnivoor,
„'k Geloof dat ik Eng'len blaten hoor".
Zijn Vader, bang voor een extase
zette hem nuchter aan het grazen.
II
Een tijger met gestreepte lokken
kreeg onverhoeds de waterpokken.
Ontpokt beving — in quarantaine,
het beest een draaiende migraine.
Wie Kafka las en Sartre schuwt,
blijft — zelfs als Tijger — ongehuwd.
III
Wie Dooyeweerd en Vollenhoven
op Maandagmorgen heeft gehoord,
al gaat het zijn verstand te boven
zijn hokjesgeest is toch bekoord. •
O wee, als Zuidema dit ziet —
het wordt een embolic, subiet!
IV
Een Ijsbeer uit ons Dekenaat,
liet zich ontvallen op de straat,
dat hij de Wédewé wou leren,
maar zich daartoe eerst moest bekeren.
Doch, waar geen mens zoiets kan dwingen
is hij 't verlangen gaan verdringen.
Ad Dunnnig.
Hans Schouten.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953
Studentenalmanak | 308 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953
Studentenalmanak | 308 Pagina's