Studentenalmanak 1953 - pagina 235
mocht het tot splitsing niet zijn gekomen, binnen een enkele kerk-
formatie staat richting tegenover richting, wil men mogelijk allen
— ofschoon er gegronde reden tot twijfel is — de levende Christus,
maar ziet de een daarbij af van de historische Jezus, van bijbel en
sacrament als van afgoden, terwijl de ander die historische Jezus
zomin als bijbel en sacrament ook maar één ogenblik durft te laten
varen. Ik moet kiezen. Waar, binnen welke kerk vind ik haar Heer?
Waar ontmoet ik Hem werkelijk? Waar kost het moeite Hem te
herkennen? En waar heeft Hij Zich nagenoeg of geheel terug-
getrokken en is Zijn verzoenende tegenwoordigheid geweken?
De eenheid der kerk kan niet losgemaakt worden van de waarheid.
De ten koste der waarheid eigenmachtig gegrepen eenheid is on-
deugdelijk, is zondig. Men mag niet de ergernis van het kruis, de
dwaasheid der opstanding prijsgeven, wanneer God Zelf dat in Zijn
Woord verboden heeft. Wie in Christus niet de eeuwige Zoon van
God belijdt, tegen de klare taal der openbaring in, hij zij een
vervloeking. Een kerk, hoezeer zij ook de eenheid zoekt, kan een
valse kerk worden, zij kan haar eigenschap van pilaar en vastigheid
der waarheid te zijn, verspelen; het is mogelijk dat over haar als
over een synagoge des satans moet worden gesproken. En nu draagt
het tot de verwarring van het oecumenisch vraagstuk zoveel bij, dat
deze volstrekte tegenstelling van waarheid en leugen, van dag en
nacht, zich zelden voordoet; dat het eerder gaat om licht en donker,
soms om veel licht en veel donker, maar nagenoeg nooit om geheel
en al stralende dag en ondoordringbare nacht.
Met de gedeeldheid der kerk heb ik, niet als student of als af-
gestudeerde, maar als door God aangesproken mens, als gelovige
van doen. Ik moet uitmaken binnen welke kerkmuren ik Hem dienen
zal. Ik moet eveneens uitmaken, hoe ik wat voor de eenheid der kerk
zal uitrichten met het doel, aan haar waarheid recht te laten weder-
varen. Dat betekent, dat ik niet eigenmachtig ja en neen zal ver-
enigen, dat ik mij buig wanneer ik Gods openbaring niet door-
gronden kan, dat ik aanbid de verborgenheid die mij te wonderlijk
is, maar dat ik niet eigenwillig een zelfstandig gekozen weg be-
wandel, dat ik niet goed en kwaad, waarheid en leugen, gods-
dienstig en goddeloos, God en satan zelf poog in een hogere een-
heid te laten opgaan. Dit houdt tevens in, dat ik de veelvormigheid
erkennen mag, dat het Oosten en het Westen, dat denkers en dich-
ters, dat ontledende en vervoerde geesten elk op eigen wijze de
veelkleurige wijsheid Gods zullen mogen verwerken, waarbij ieder
bedenke, hoe het aan de kinderen en niet aan de wijzen en verstan-
225
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953
Studentenalmanak | 308 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953
Studentenalmanak | 308 Pagina's