Studentenalmanak 1953 - pagina 267
BALLADE VAN EEN VERDRO NKEN CIGARETTENPEUKJE.
Ik ben geboren in een warme stamelnacht,
de Marok k aanse lochten tot een dak ,
uit natuur en groene k racht.
Zo tussen thee en tik en tak .
Mijn buurman was een Oleander
en mijn schaduw mierenrust
mijn aanbidder prins Mc Flander
En mijn groenheid luizenlust.
Toen is het dodend staal gek omen
van Turmac's moordend zwaard.
Verstoord in onze dromen
in manden vol vergaard
werden wij toen uitgehongerd,
versneden en versausd
men noemde ons de taba k sbongerd,
o Dante's Hel, o Goethe's Faust,
wat hebt gij ons geprezen;
gewaarschuwd voor deez' dag.
Wij staarden nu verwezen
In een lange parallelle dracht.
Wij werden netjes ingezeten
in een doos van goud op snee
die eenzaam en vergeten
lag te mijm'ren naast Karel II.
Karel II is toen veroordeeld
tot schavot, zijn hoofd werd wigwijs k t.
uitgeru
Drie jaren zijn wij verveeld
weer naast elk aar gedruk t.
Toen eenmaal op een morgen,
ik droomde 't al die nacht,
heeft een jonk vrouw zonder zorgen
Ons de vrijheid weer gebracht.
Zij was een schone dame
met een blik van bijenglans,
die eenzaam op haar k amer
ons een voor een heeft opgeschranst.
261
%
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953
Studentenalmanak | 308 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953
Studentenalmanak | 308 Pagina's