Studentenalmanak 1954 - pagina 264
Dat de vliegende vis, Exocoetus, een extreem laag S.G. heeft zal nie-
mand verbazen!
Bij vogels, welke veel op het water drijven is het S.G. laag, zo is het
b.v. bij zwanen en eenden ± 0.5—0.6. Dit wordt bereikt door een
grote hoeveelheid lucht tussen de veren, en een sterke pneumati-
satie van de beenderen.
Bij vogels, die kunnen duiken is het S.G. opvallend hoger dan bij de
eerstgenoemden. Bij hen is de pneumatisatie van de beenderen dan
ook zeer gering; bij de aalscholver ontbreekt deze zelfs vrijwel ge-
heel. De mogelijkheid van het duiken begint wanneer het S.G. stijgt
boven ± 0.75. Soortelijk het zwaarst zijn de futen en de duikers, j
welke geruimen tijd onder water kunnen blijven, maar wel in het
bijzonder de pinguïns (S.G. 0.98). Bij deze vogels is het verenkleed
ook compacter, terwijl zij bovendien in staat zijn de veren dichter
tegen de huid te drukken en hun luchtzakken goeddeels leeg te per-
sen. Ook bezitten zij een dikke vetlaag.
Bij de speciaal op het vliegen ingestelde vogels is het S.G. zeer laag;
zij bezitten een sterk gepneumatiseerd skelet, grote luchtzakken aan
hun longen, zij hebben geen urineblaas, slechts 1 eierstok, enz.
Daar staat weer tegenover, dat zweefvliegers en vogels, die in gebie-
den leven, waar altijd een sterke wind waait, weer met een zwaar ske-
let zijn toegerust.
IV. De ligging van het zwaartepunt en het milieu.
Tot slot iets over de ligging van het zwaartepunt. Wij bezien na el-
kander vissen, vogels, en landdieren.
Het is een bekend verschijnsel, dat bij vissen, waar het Zp. in de lengte-
as van het lichaam ligt, de rug- en aarsvinnen evengroot zijn, terwijl,
indien het boven de as is gelegen, de rugvin, wanneer het onder de
as ligt, daarentegen de aarsvin het grootst is, zulks ten voordele bij
het behoud van de verticale stand en de locomotie. Bij vogels, die
goed kunnen zwem-roeien, liggen de zware organen en de poten ach-
teraan, zodat de motor vanzelf onder water ligt.
Bij sterk aan het vliegen aangepaste vogels is het van betekenis, dat
het Zp. onder het drukpunt van de draagvlakken ligt, vlak achter de
as, welke de schoudergordels verbindt, en onder de lengteas van het
lichaam. Deze voorwaarden worden vervuld doordat de vogelromp
in het algemeen naar voren dik en rond is en van achter puntig uit-
loopt. Daarom zijn bij deze vogels zoveel mogelijk zware organen
in het voor-onder van het borstgebied gelocaliseerd (vnl. de vlieg-
240
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1954
Studentenalmanak | 324 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1954
Studentenalmanak | 324 Pagina's