Studentenalmanak 1954 - pagina 275
AAN TONIA
Dat van je neus uit een straatbloem een sneeuwen kreet
kind, weet je dat deze hoempa ontijdig eindigen kan
in een slob — o een slobsein der nacht en achtung
je kunt nog omzwaaien en de koralen zephir gaan sparen
die je eenmaal vond zwellen als archetypen
in je niet meer omheinde navel
waarom zul je, o zul je de sneeuwen dood
doelloos en zinverstoken binnenlaten "
bouw toch een enkele nieuwe en ongekende dimensie
in je frêle wezen erbij, op de koop toe
als een late verzekering tegen het vuur en het braaksel
kok niet te veel, steek je neusbeen terecht in de winden
van toemaar, binnen maar, fatumlied —
want je weet nimmer wie je ziet
je wilt toch ook niet helemaal bevroren liggen
beneden peil in dit couplet niet
waar je niet meer uit kan — allemansverdriet —
zodat het vers toch nog door kan lopen en je
eindeloos passeren kan alsof je lucht geweest was
zware lucht, air-conditioning in de voortijd,
die je snijdt als een gecastreerde raaklijn aan een touwtje
want ook jij bent een vrouwtje
van hup maar — tra maar — la maar
en een stop zal er niet meer zijn in de zomer
in je niet te herstellen doorslaan, sluitingen der tijden
die dan te kort zijn voor jouw zekering
die je eenmaal ontving in tijden dat het betere
niet beloerd werd door het onding van nu
lieveling — hoed u voor de speren der wereld en dank u
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1954
Studentenalmanak | 324 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1954
Studentenalmanak | 324 Pagina's