Studentenalmanak 1954 - pagina 266
WIELEWAAL
Het was een laaiend-hete zomerdag,
En boven de einder zag ik 't trillen van de lucht;
Daar hoorden wij, schoon niemand hem nog zag,
Een wielewaal, klaar juichend in zijn vlucht.
Wij keken op, maar zagen slechts wat bomen,
Lukraak gerangschikt op de eindeloze hei,
Zou daaruit soms het loflied nog eens komen ?
"Wij wachtten af in stille mijmerij.
Verrukkelijke spanning van het wachten,
Wanneer wij hopen dat het wonder zich herhaalt:
Het rustige voortbouwen aan gedachten
Waarvan men loop noch inhoud zelf bepaalt.
Plots werd de rust verbroken door gefluister:
Het voorwerp onzer aandacht was te zien.
Daar zat de wielewaal, in al zijn gouden luister
En dennenaalden vormden 't wuivende stramien.
Nog eenmaal hoorden wij hem zingen,
Terwijl hij vluchtte naar een ver retraite-oord.
O zoete tijd, vol van herinneringen,
Slechts door het lied van wielewaal verstoord.
D
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1954
Studentenalmanak | 324 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1954
Studentenalmanak | 324 Pagina's