Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1954 - pagina 263

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1954 - pagina 263

2 minuten leestijd

sm

Ten slotte de luchtbewoners. Bij hen spelen vanzelfsprekend grootte

en gewicht een zeer belangrijke rol. Er bestaat zelfs een grens van

deze grootheden, waarboven vliegen niet meer mogelijk is. De groot-

sten onder de vogels kunnen dan ook niet vliegen, zoals de Afrikaan-

se struisvogel, welke een hoogte van 2i m. en een gewicht van 135

kg. kan bereiken. Deze beperking hangt daarmee samen dat, bij ver-

groting van het lichaam de massa toeneemt met een 3e macht, de

spierkracht slechts met een 2e macht, daar deze evenredig is met

het oppervlak van een dwarse doorsnede van de spier.

Dat de snelheden van de vogels, als gevolg van de geringe wrijving

van de lucht, hoog kunnen zijn spreekt vanzelf: de ekster bereikt

56 km., de postduif 62 km., de kievit 80 km., de wilde eend 96 km.,

de gierzwaluw 109 km., en de steenarend 160 km. per uur.

Dat grote vogels tot minder spierarbeid in staat zijn dan kleine kan

iedereen overigens zelf constateren door er op te letten, dat kleine

vogels, zoals mussen en merels, zich over de grond kunnen voort-

bewegen door ,,hippen", terwijl de grotere lopen, zoals kippen, dui-

ven, en ganzen.

III. Het S.G. en het milieu.

Uit het bovenstaande is duidelijk geworden, dat de grootte en het

gewicht der dieren in sterke mate samenhangen met het milieu. Ver-

volgens een tweede voorbeeld, dat betrekking heeft op de vorm-mi-

lieu relatie in verband met het S.G. der dieren.

Wij beperken ons hier tot de vissen en de vogels.

Sommige vissen zijn zeer sterk aan de bodem van de zee gebonden.

Zij bezitten dan ook veelal een hoog S.G. Zo b.v. roggen (S.G. ±

1.034), waarbij dit bereikt wordt door een bepantsering met vrij zware

en dikke schubben.

Haaien hebben eenzelfde hoog S.G. Zij zijn echter geen bodemdieren.

Om de zwaartekracht te overwinnen zijn zij uitgerust met een staart-

vin, waarvan de beide lobben ongelijk zijn, en met vreemd schuin-

horizontaal geplaatste borstvinnen, zodat bij iedere voorwaartse be-

weging een opwaartse impuls wordt gegeven.

Andere vissen overwinnen de moeilijkheid met behulp van een zwem-

blaas, waarvan zij de grootte kunnen variëren met behulp van spie-

ren of door gas te resorberen of te produceren door middel van be-

paalde organen, terwijl zij ook een speciale inrichting van ingenieuze

beenstukjes bezitten waardoor de druk in de zwemblaas direct wordt

overgebracht naar hun evenwichtsorganen.

239

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1954

Studentenalmanak | 324 Pagina's

Studentenalmanak 1954 - pagina 263

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1954

Studentenalmanak | 324 Pagina's