Studentenalmanak 1954 - pagina 263
sm
Ten slotte de luchtbewoners. Bij hen spelen vanzelfsprekend grootte
en gewicht een zeer belangrijke rol. Er bestaat zelfs een grens van
deze grootheden, waarboven vliegen niet meer mogelijk is. De groot-
sten onder de vogels kunnen dan ook niet vliegen, zoals de Afrikaan-
se struisvogel, welke een hoogte van 2i m. en een gewicht van 135
kg. kan bereiken. Deze beperking hangt daarmee samen dat, bij ver-
groting van het lichaam de massa toeneemt met een 3e macht, de
spierkracht slechts met een 2e macht, daar deze evenredig is met
het oppervlak van een dwarse doorsnede van de spier.
Dat de snelheden van de vogels, als gevolg van de geringe wrijving
van de lucht, hoog kunnen zijn spreekt vanzelf: de ekster bereikt
56 km., de postduif 62 km., de kievit 80 km., de wilde eend 96 km.,
de gierzwaluw 109 km., en de steenarend 160 km. per uur.
Dat grote vogels tot minder spierarbeid in staat zijn dan kleine kan
iedereen overigens zelf constateren door er op te letten, dat kleine
vogels, zoals mussen en merels, zich over de grond kunnen voort-
bewegen door ,,hippen", terwijl de grotere lopen, zoals kippen, dui-
ven, en ganzen.
III. Het S.G. en het milieu.
Uit het bovenstaande is duidelijk geworden, dat de grootte en het
gewicht der dieren in sterke mate samenhangen met het milieu. Ver-
volgens een tweede voorbeeld, dat betrekking heeft op de vorm-mi-
lieu relatie in verband met het S.G. der dieren.
Wij beperken ons hier tot de vissen en de vogels.
Sommige vissen zijn zeer sterk aan de bodem van de zee gebonden.
Zij bezitten dan ook veelal een hoog S.G. Zo b.v. roggen (S.G. ±
1.034), waarbij dit bereikt wordt door een bepantsering met vrij zware
en dikke schubben.
Haaien hebben eenzelfde hoog S.G. Zij zijn echter geen bodemdieren.
Om de zwaartekracht te overwinnen zijn zij uitgerust met een staart-
vin, waarvan de beide lobben ongelijk zijn, en met vreemd schuin-
horizontaal geplaatste borstvinnen, zodat bij iedere voorwaartse be-
weging een opwaartse impuls wordt gegeven.
Andere vissen overwinnen de moeilijkheid met behulp van een zwem-
blaas, waarvan zij de grootte kunnen variëren met behulp van spie-
ren of door gas te resorberen of te produceren door middel van be-
paalde organen, terwijl zij ook een speciale inrichting van ingenieuze
beenstukjes bezitten waardoor de druk in de zwemblaas direct wordt
overgebracht naar hun evenwichtsorganen.
239
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1954
Studentenalmanak | 324 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1954
Studentenalmanak | 324 Pagina's