Studentenalmanak 1954 - pagina 262
in principe ongelimiteerd kan zijn. W e vinden hieronder dan ook
zeer zware en zeer grote organismen. Zo komt in het Noordelijke
gedeelte van de Atlantische Oceaan een inktvis {Architeuthis prin-
ceps) voor, welke een lengte van 17 m. kan bereiken. De reuzenhaai
uit de N . Poolzee (Cetorhinus maximus) wordt 10 m. lang, de walvis-
haai (Rhinodon) overschrijdt de 15 m.,terwijl de potvis {Physeter ca-
todon) 20 m., en de blauwe vinvis {Balaenoptera musculus) 30 m. lang
kan worden en een gewicht van 130.000 kg. kan bereiken.
Bij deze waterbewoners behoeft het grote gewicht ook geen belem-
mering te zijn om een hoge snelheid te bereiken. Het is zelfs zo, dat
de grote waterdieren meestal sneller zijn dan de kleinere. Naar men
heeft gemeten kan een baars een snelheid van 16 km., een snoek van
32 km., een zalm van 40 km., een blauwe vinvis van 54 km. per uur
bereiken. De grote zwaardvis (Xiphias), welke 9 m. lang wordt, is de
waterkampioen met 96 km. per uur. Ter vergelijking diene, dat de
grootste zeeschepen 56 km. per uur kunnen afleggen.
Bij de landdieren moeten wij een onderscheid maken tussen de zich
kruipend en de zich lopend voortbewegende dieren.
Bij de eersten wordt het gewicht door de aarde gedragen. Daarom
kan ook hier de grootte in principe ongelimiteerd toenemen. De ana-
konda {Eunectes murinus) uit Z. Amerika wordt 9 m. lang, de netslang
{Python reticulatus) uit Malakka en Indonesië 11 m., terwijl de uitge-
storven python Gigantrophis (uit het M. Eoceen van Egypte) 15 ä 18
m. lang kon worden. Het is van belang er hier op te wijzen, dat de
zeer groten onder de prae-historische reptielen, zoals de Brachiosaurus
welke 40 m. lang is geweest met een gewicht van 60.000 kg., hun
lichaam voor een groot deel over de grond lieten slepen en overigens
hun heil zochten in ondiepe moerassen, waar hun gewicht voor een
belangrijk deel door het water werd gedragen.
Bij de dieren, die op de grond lopen, rust het gewicht op de extremi-
teiten. Dat brengt met zich mee, dat de grootte van hun gewicht be-
perkt is. Lopende landdieren kunnen dan ook nimmer zo'n groot
gewicht verkrijgen als de grote zeedieren. Een olifant moet met 4.500
kg. genoegen nemen.
Maar tevens gaat bij landdieren niet op, dat de grootsten ook de snel-
sten zijn. Een olifant behaalt slechts 39 km. per uur, een konijn 40
km., een renpaard bereikt 69 km., verschillende antilopen 70—96
km., maar de vrij kleine jachtluipaard (Acinonyx) wint het van allen
met 112 km. per uur. (Voor de mens is de maximum-snelheid om-
streeks 35 km. per uur).
238
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1954
Studentenalmanak | 324 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1954
Studentenalmanak | 324 Pagina's