Studentenalmanak 1954 - pagina 272
Ons grootste bezwaar echter is, dat men in al dergelijke redeneringen
volstrekt niet rekent met het bijzondere ^), het geïnspireerde karak-
ter van het O.T., waardoor alles van meet af in een uitzonderlijke
positie komt te verkeren. M.n. wordt nergens gerekend met de pro-
videntiële zorg Gods ter bewaring van de ipsissima verba, die Hij
de profeten eens deed spreken, opdat ze zouden doorklinken tot aan
het eind der eeuwen ^).
En daarop wijst het O.T. zelf uitdrukkelijk, men leze b.v. Jeremia
30: 2, Jesaja 30: 8 etc. ' ) . Uit dergelijke plaatsen blijkt tevens hoe-
zeer men zich bewust was, dat mondelinge overlevering onvoldoende
is en schriftelijke optekening zeer dringend nodig is, wilden latere
geslachten ook profiteren van wat men zelf ontvangen heeft.
Het O.T. spreekt daarom ook herhaaldelijk van schriftelijke optekening
van hetgeen men aan Goddelijke openbaring ontving, verg. b.v. voor
Mozes: Ex. 2 4 : 4 ; Deut. 17:17, 18; 3 1 : 9 , 24-26, voor Samuel:
1 Sam. 10: 25, voor de profeten: Jes. 8 : 1 , 16; 30 : 8; Jer. 30 : 2; 36: 2,
28; 51:60; Ez. 4 3 : 11, 12, welke laatste uitspraken in verband met
ons onderwerp van zeer veel gewicht geacht moeten worden.
Het mag derhalve veilig aangenomen, dat de schriftelijke overlevering
een allesbeheersende plaats heeft ingenomen.
Wel tracht men de mondelinge overlevering op indirecte gegevens
uit het O.T. zelf te gronden *).
Men wijst er n.1. op, dat in de volgorde van de profetische woorden
duidelijk het gebruik van associatieve woorden te merken is, waar-
uit zou blijken, dat deze lange tijd mondeling in bepaalde complexen
overgeleverd werden. Ook herinnert men aan herhalingen, oneffen-
^) Van der Ploeg a.w. pag. 33, 41
') Verg. hierbij de opmerking van W. F. Albright (From the stone
Age to Christianity 1946, pag. 42, 43), dat de condities voor een
betrouwbare overlevering in Israel veel gunstiger waren, dan b.v.
bij de Grieken en Romeinen in hun oudste tijd.
*) Verg. G. Ch. Aalders. Profeten des Ouden Verbonds 1918 pag.
108. Oud-Test. Canoniek 1952, pag. 203.
«) Verg. W. F. Albright, Journal Biblic. Lit. LXXI, IV, 247, waar
deze mededeelt, na een minutieus onderzoek, tot de conclusie
te zijn gekomen, dat de verschillen tussen de parallele teksten
2 Sam. 22 en Ps. 18 en tussen de lijsten van de Lev. steden in
Jozua en 2 Kron. duidelijk voortgekomen zijn uit schriftelijke
overlevering.
248
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1954
Studentenalmanak | 324 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1954
Studentenalmanak | 324 Pagina's