Studentenalmanak 1954 - pagina 269
eindelijk hun tegenwoordige vorm verkregen hadden. Zij achten dan
ook, dat elk pogen de ipsissima verba van de profeten op het spoor
te komen een ijdel pogen is.
Evenwel, het is gemakkelijk dergelijke beweringen te uiten, maar
uitermate veel moeilijker ze met bewijzen te staven.
Hiertoe nu greep men naar hetgeen men uit de Arabistiek wist ^).
Men wees er op, dat de in de Koran vervatte uitspraken van Allah
van meetaf door Mohammed en zijn onmiddellijke volgelingen in het
geheugen werden vastgelegd en dat ook, toen al spoedig de Koran-
tekst werd opgetekend, toch de mondelinge overlevering daarvan een
zeer grote rol bleef spelen en men praktisch van geslacht op geslacht
zorgde de Koran uit het hoofd te kennen en zo in staat was deze mon-
deling van de een op de ander over te leveren.
Men maakte voorts attent op de Arabische traditie-literatuur , die
vastgelegd werd omstreeks het jaar 780 n . C , maar waarvan de in-
houd veel en veel ouder is ^) en die ook zuiver mondeling lange tijd
overgeleverd zou zijn, al moest men toegeven, dat er schriftelijke no-
tities geweest waren, maar deze zouden geheel ondergeschikt geweest
zijn aan de mondelinge overdracht.
Als kroongetuige beriep men zich gaarne op de oud-Arabische poë-
zie, die zeker gedurende twee eeuwen van mond tot mond zou zijn
gegaan, zonder enige optekening, totdat ze, ver in de Islamtijd, ein-
delijk verzameld werd en opgeschreven door auteurs uit de bloeitijd
van de Umayyadendynastie.
En, waar het bij de Islam en de oud-Arabische poëzie aldus toeging,
zou, zo meende men, de overlevering van de Oudtestamentische
teksten ook wel aldus geschied zijn. Immers, het oude Oosten was
een eenheid en de toestanden bleven er eeuwenlang stabiel.
Echter, ging het in de Islam en de oud-Arabische poëzie werkelijk
wel zo toe ?
Nadere bestudering van de aangehaalde bewijzen bracht verschillende
^) Zie vooral Birkeland a.w. pag. 8—13.
') Gaetani, Annali della Islam V, year 23, § 549 acht, dat de oudste
traditie stof bevat, afkomstig van Mohammed zelf Gibb, Modern
Trends in Islam, 1947, pag. 10, neigt er toe aan te nemen dat
de oudste gedeelten althans gedachten van Moh. weerspiegelen.
Schacht, Origin Muhamm. Jurispr. 1950 wil van geen authen-
tieke traditie weten (pag. 149) en acht de oudste tradities te zijn
uit het eind van de eerste eeuw na Moh. (pag. 5, 141).
245
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1954
Studentenalmanak | 324 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1954
Studentenalmanak | 324 Pagina's