Studentenalmanak 1954 - pagina 32
onnoemelijk veel kwaad en de grote zonde, die het socialisme tientallen
jaren bedreef door de vergiftiging van de volksziel, daarentegen breed
uitmeten de fouten door de Christelijke Partijen in het verleden begaan
en het oog sluiten voorde rijke zegen, die het optreden van de Christelijk-
historische en Anti-Revolutionaire Partij voor ons volksleven bracht."
Tussen dit afscheidscollege over ,,de positie van de wetenschap der
economie als leervak in de juridische faculteit" en zijn inaugurele rede
,,De Klassieke School en de Economie" ligt zijn werk als econoom;
zijn , .Voorlezingen over de Economie" naderhand omgewerkt in het
,,Leerboek van de Economie" vormen daarvan het middelpunt tezamen
met zijn ,,Grondbeginselen der Economie", waarvan in 1949 de 8ste
druk verscheen en ,,De Nederlandsche Arbeidswetgeving" (1921,
twee delen). Hartstochtelijk verzet hij zich tegen uitgangspunt en
methode van de klassieke school en haar navolgers en in zijn afkeer
van levensvreemde abstracties blijft hij consequent wanneer hij die
trek meent terug te vinden in de moderne economie en er op wijst,
dat de leer gesteld wordt boven het leven. ,,Door en door verwerpelijk
is een omschrijving", zegt hij dan, ,,die de economie tekent ,,als de
wiskundige kijk op de economische verschijnselen." "
In dit verband mag niet onvermeld blijven zijn felle strijd, omstreeks
1926 en de daarop volgende jaren, voor een actieve handelspolitiek,
een strijd, die zéér de aandacht trok en waarin van beide zijden harde
klappen werden uitgedeeld, maar die door hem met grote vaardigheid
werd gevoerd en waarin hij zijn streven tenslotte met succes bekroond
zag. Van meetaf had hij zich gekeerd tegen de ,,reine vrijhandelsleer",
opgebouwd ,,naar de deducties van een fantastische maatschappij van
vrij ruilverkeer" ,,en met zó star dogmatisme doorgevoerd, dat Neer-
lands nationale belangen ernstig werden geschaad". Noch veroordeelt
hij vrijhandel, noch verdedigt hij protectie, doch hij verzet zich tegen
de passieve handelspolitiek, die onder de naam van ,,vrijhandel" als
een rechtstreekse deductie uit een dogmatisch beginsel leidt tot een
dictaat voor het beleid inzake de internationale handel. Hij voert in
wezen de strijd tegen een uitgangspunt, waarbij het primaat van de
economische theorie voert tot een dictaat voor het economisch beleid.
Wanneer Z. Ex. Prof. Dr J. Zijlstra de betekenis van de persoon en
het werk van Prof. Diepenhorst aan een beschouwing onderwerpt*)
komt hij onder meer tot de volgende gedachten: ,,Belangrijker is, er
met alle nadruk op te wijzen, juist nu, dat in geheel het werk van
Diepenhorst doorklinkt het bijna hartstochtelijk protest tegen die
*) Trouw, 13 October 1953
28
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1954
Studentenalmanak | 324 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1954
Studentenalmanak | 324 Pagina's